De nieuwe mens
12 - 26 april 2026
Na Pasen zijn we ‘als pasgeborenen’, zegt de christelijke traditie. De mens begint opnieuw, wordt als het ware ‘geboren’ uit het paasgebeuren. Maar wat betekent dat, een nieuwe mens zijn of worden? Is het een gegeven dat ons wordt toegezegd, een beweging die in ons wordt gewekt, of iets dat zich pas gaandeweg ontvouwt?
In kunst en cultuur verschijnt de nieuwe mens vaak als een overgangsfiguur: iemand die anders leert kijken, die uit oude vormen stapt, die ontvankelijk wordt voor wat nog niet is. Maar dezelfde verbeelding kent ook een donkere kant. Het verlangen naar vernieuwing kan omslaan in het ideaal van de maakbare mens: sterker, zuiverder, verheven boven anderen. Dat laat zien hoe snel vernieuwing een project van macht kan worden, een streven dat eerder uitsluit dan bevrijdt.
Het evangelie kiest een andere beweging. De nieuwe mens ontstaat niet uit kracht of zelfverheffing, maar uit adem: het moment waarop Jezus zijn leerlingen de adem toeblaast, kort na zijn dood (Johannes 20,22). Geen opdracht om beter te worden, maar een uitnodiging om ontvankelijk te zijn voor wat ons wordt ingeblazen.
In deze serie onderzoeken we de nieuwe mens niet als iets dat wij maken, maar dat in ons ontstaat door de A/ander. Daarbij zien we hoe ieder mens, met zijn eigen manier van kijken en handelen, iets wezenlijks kan bijdragen aan het grotere geheel én daarin gedragen wordt.