Verwachting en bevrijding
30 november - 21 december 2025
De advent is bij uitstek een liturgische tijd. Een tijd waarin we elkaar, al doende, proberen te openen: voor verwachting, voor bevrijding uit onszelf, uit ons gevangen denken. En daarmee ook voor het verwachten en verlangen van anderen. In deze serie onderzoeken we hoe liturgie in deze tijd een ruimte kan worden waarin we samen oefenen in ontvankelijkheid, in profetisch geloven, in het vieren van wat nog niet is.
Wat betekent het om liturgie te vieren in het licht van bevrijding? Niet als ritueel om pijn te verzachten, maar als praktijk waarin de werkelijkheid wordt aangekeken, ontmaskerd en opnieuw bezongen. Liturgie is geen balsem voor de ziel, maar een plek waar we pas werkelijk kunnen vieren als we tegelijk de rauwheid en complexiteit van het leven onder ogen durven zien.
Bevrijdingstheologie leert ons God niet anders te denken, maar anders te ontmoeten: via de geleefde ervaring van mensen. Door de Bijbel te lezen met wie arm is, uitgesloten, vermoeid, wordt zichtbaar wat vaak verborgen blijft: hoe macht zich verstopt in religieuze taal, hoe geloof kan worden vervormd door eigenbelang.
In het Magnificat zingt Maria over omkering: machtigen van hun troon, hongerigen gevoed. “Troost, troost mijn volk,” klinkt het bij Jesaja. Geen sussen van individuele pijn, maar een collectieve oproep tot solidariteit. Een spreken tot het geweten van het volk, dat zonder visioen verwildert. Troost als politieke daad: het scheppen van ruimte voor toekomst, voor gerechtigheid, voor het doorbreken van verstarring. Liturgie wordt dan een oefening in bevrijding, een ademtocht van verwachting, een plek waar we samen leren zien wat vastzit en durven zingen wat nog niet is.