Waarom in Godsnaam?

Mensen van de Dominicus

Peter Baak (72)

voormalig schoolinspecteur

 

Wat doe je hier in Godsnaam?

Nou… Gods Naam… In de Islam heeft Allah 100 namen en in het Jodendom een naam die niet uitgesproken mag worden. Daar kan ik mij het beste in vinden, niet te veel kleine mensengedachten projecteren op die grotere werkelijkheid of toe-eigenen. Ik kom hier dus in mijn eigen naam om het leven te leren en te vieren.
Na een crisis in 2000 werd dit een wekelijkse thuiskomen in de Dominicus. De uitgangspunten van de bijeenkomsten zijn oecumenisch en er wordt ‘regenboog’ gedacht en gehandeld. De muziek en zang, de gedichten of liedteksten, de overwegingen en de gezamenlijke liturgie en rituelen geven daar uitdrukking aan.
Ook omdat er bijna altijd kinderen bij de vieringen zijn, wat soms ontregelend en soms ontroerend werkt, dat vind ik beide heel sterk.

Wat is jouw favoriete karaktereigenschap?

Aandachtig zijn en humor hebben vind ik heel belangrijk, het vermogen om te relativeren en het bijzondere of grappige van mensen of situaties in te zien. Daar dan (samen) om kunnen lachen of iets gevats of moois over zeggen. Maar soms is een blik van verstandhouding al voldoende. Het gebeurt soms zelfs wel in het drukke Amsterdamse verkeer dat je elkaar, in een flits passerend, op die manier begrijpt…

Wat waardeer je het meest aan je vrienden?

Ik ben erg geroerd wanneer ik me realiseer dat een vriendschap ook na heel veel jaren elkaar niet of wel zien ‘gewoon’ door blijkt te gaan en zich staande houdt door alle wederwaardigheden van het leven. Die trouw (en soms het uithoudingsvermogen), en schijnbaar moeiteloos elkaar aanvoelend of door ‘dorre perioden’ heenkomen, waardeer ik ontzettend.

Wat is de grootste fout die je gemaakt hebt?

We mogen fouten maken. Zonder iets durven doen of durven zeggen met risico’s op fouten maken, is het zelfs de vraag of je jezelf of een ander niet te kort doet. Het leven kan soms ingewikkeld zijn of saai en daar moet je dan iets mee. Met risico op kleine en grotere fouten. Soms maak je een opmerking die iemand in zijn of haar gevoeligheid kwetst. Soms kan daarover niet meer gepraat worden en kan dat het eind van een vriendschp betekenen. Dat is me één keer overkomen en betreur ik zeer.

Waarom zien we je op deze plek?

De foto’s zijn genomen bij de tafel waarop de herdenkingsboeken liggen met foto’s van overleden Dominicusgangers. Mijn schoonmoeder uit Vlaanderen kende deze Dominicus goed en bezocht de vieringen wanneer zij in Amsterdam was. Na haar overlijden hebben we een fotootje van haar in het boek geplakt. Op die bladzijde staan ook andere bijzondere mensen die herinneringen oproepen en een warme plek in mijn hart hebben. Ik vind het soms nog steeds moeilijk om te geloven dat zij ‘er niet meer zijn’.

Wat is jouw idee van geluk?

Lekker bezig zijn om nieuwe dingen in de wereld te ontdekken en te genieten van al dat groeien, alleen en met mensen die je na aan het hart liggen, zonder daar te veel over te moeten praten of denken. Of de ontroering en dankbaarheid te kunnen delen met anderen van een periode waarin het allemaal wat moeizamer ging en zaken niet lukten en dat het dan weer beter gaat. Een keer goed uithuilen kan me heel gelukkig maken.

Aan welke mensen uit de geschiedenis heb je het meest een hekel?

Die mensen uit de geschiedenis zijn dood dus het heeft niet veel zin daar een hekel aan te hebben.

Wie zijn je helden/heldinnen uit de bijbel?

De Prediker van het bijbelboek Prediker. Een wijs mens, toen natuurlijk een man, het boek Predikster is er alleen in andere vormen gekomen, bijvoorbeeld door Hildegard von Bingen. Een heldin heb ik daardoor pas later ontdekt, mede door de ontmaskering van alle eerbiedwaardige onzin die over haar geschreven is: Maria Magdalena.

Wie zijn je favoriete helden in het echte leven?

Er zijn echte helden in deze moeilijke tijd: Alexei Navalny (en Joelia Navalnaya) en Volodomyr Zelensky, Peter R. de Vries, Derk Sauer, en hun sterke vrouwen. Wat een richting en steun geven zij aan mensen die in zeer moeilijke situaties zitten! Voor Navalny is er tegenover de Nederlandse Bank, in het parkje, tegen een boom een herdenkingsplek ontstaan, waar zijn foto’s staan en door gelukkig steeds meer mensen bloemen worden gelegd.
Maar ongelooflijk veel mensen zijn moedig en standvastig en zorgzaam voor anderen. Al die mantelzorgers die ongezien, soms eenzaam en ongesteund en vaak zonder erkenning, voor iemand zorgen die dat nodig heeft, wat een klasse!

Hoe wil je sterven?

Sereen en bewust, met een helder inzicht dat mijn leven een onderdeel is van een groter Leven en dat ik gewerkt heb aan wat mijn ziel zich had voorgenomen. ‘Het leven leren lezen’, genietend op de aarde en worstelend in de wereld, dankbaar voor het leven in een lichaam met energie en gevoelens. Alleen en samen met geliefden en andere mensen, alles wat leeft en boeken om me heen.

Wat is je huidige gemoedstoestand?

Belast door de vreselijke dingen die in de wereld gebeuren tussen mensen, door mensen. Bang voor een toekomst met kille technologie. Maar met open ogen voor de vele minder dramatische, maar wel sterke gebaren van liefde en aandacht door ‘mensen van goede wil’. Ik maak me sterk om mee te werken aan die ‘coalition of the willing’.

Voor welke fout heb je de meeste tolerantie?

Ik hoop voor ieder soort fout die in eerlijkheid en met goede intenties wordt begaan, door anderen en door mijzelf. We maken fouten, dat geeft ook een kans aan onszelf en anderen om te leren vergeven. Dat is denk ik een van de rode lijnen in de Dominicus. Erom durven vragen als het lukt en nodig is en elkaar en ook jezelf vergeven.

Wat is je motto?

‘(het is…)Nooit te laat…! Het herhalen van dit motto als een soort mantra heeft geholpen om uit mijn puberdepressie te geraken. Daarbij door actie te ondernemen (iets gaan doen, wat dan ook!) en door lieve betrokken mensen die ik vervolgens ontdekte of tegenkwam.
Ik ben heel erg dankbaar voor die ‘ingeving’, want zo zie ik het. Een goed idee dat je in het leven verder helpt, of een spreuk die je ontvangt of een flard uit een gesprek die bijblijft. Of die ingeving nu ‘van binnen’ lijkt te komen of ‘van buiten’ doet er voor mij steeds minder toe.
En ik heb ervaren dat bij iedere levensfase weer een ander motto past.

Wat doe je graag als je niet in de kerk zit?

In beweging zijn, lichamelijk (wandelen, zwemmen of reizen) of geestelijk (concert, boek of film) en tegelijkertijd probeer ik steeds meer momenten te hebben waarop ik kan stilzitten en stiller en stiller worden, klaar voor voeding uit de Bron.
Er is een nuttig en zeer grappig boek over geschreven: “Leer ons stil te zitten”, van Tim Parks.