Wat doe je hier in Godsnaam?
Ik ben hier binnengewaaid in 1998 omdat het de kerk was van mijn studentenpastor, Ton Honig. Voor mij als protestantse was een studentenpastor rijdend op een brommertje met een pothelm op, die na afloop van onze filmavond bij het studentenpastoraat mee de kroeg in ging, een enorme verfrissing. Zijn kerk moest wel een leuke kerk zijn. En ik ben daar niet meer weggegaan, ook niet toen ik uit Amsterdam verhuisde. Ik zong een tijd in het koor, trouwde met Léon, in een Dominicusdienst in Egmond aan Zee, met het koor erbij en Ton Honig als voorganger. Onze vier kinderen, inmiddels pubers, komen niet meer mee. Dus als Léon bij hen blijft op zondagochtend, waai ik af en toe weer alleen aan, zoals het destijds begon.
Wat is jouw favoriete karaktereigenschap?
Dat ik het leuk vind om te ontregelen, mensen op het verkeerde been te zetten. Die kwaliteit heb ik nog verre van geperfectioneerd, daar ben ik denk ik nog te braaf, gesocialiseerd en serieus voor. Ik kan mijn ‘rellerige’ en vrije kant wel kwijt op het toneel. Iets wat ik heel mijn leven op verschillende momenten heb gedaan. Inmiddels speel ik tien jaar in een toneelgroep.
Wat waardeer je het meest aan je vrienden?
Dat het goed is zoals het is. Vanzelfsprekend. Dat ik kan bellen zonder een beleefd intro. Dat we de draad weer oppakken als we elkaar zien, ook al is het een tijd geleden. En dat we dan weer helemaal de diepte ingaan. En dat ik met mijn oudste vriendin altijd dezelfde grapjes maak en ze er nog steeds om lacht.
Wat is de grootste fout die je gemaakt hebt?
Fout? Met mijn calvinistische achtergrond heb ik een kritische blik op mezelf ontwikkeld. Wat ik misschien het meest fout heb gedaan, is dat ik mezelf zo moeilijk kon vergeven voor wat niet goed ging. Inmiddels denk ik: een mens handelt met het vermogen dat hij op dat moment heeft.
Waarom zien we je op deze plek?
Ik kom hier voor de grond onder mijn voeten en voor de openheid naar wat ons omvat en overstijgt. Die behoefte heb ik altijd gevoeld. Voor mijn 11e verjaardag vroeg ik aan mijn opa een Liedboek voor de kerken. Zodat ik ook thuis kerkliedjes kon zingen. En hoewel ik als student, in een volledig atheïstische omgeving, graag naar de kroeg en de club ging, bleef religie trekken. Ik moet steeds op zoek naar waar het echt om gaat. Zodat ik kan uitademen en verzachten en mijn hart verruimt. In deze kerk wordt die zoektocht ook steeds opnieuw afgelegd. Om het onnoembare te benoemen. En hier wordt de werkelijkheid iedere keer opnieuw bevraagd, kritisch als het moet. De Dominicus, door Ton Honig een kerk voor ongelovigen genoemd, heeft daarbij geen dogma’s.
Wat is jouw idee van geluk?
Dat je de kern raakt. Dat kan op zoveel manieren. Door op mijn werk plannen te ontwikkelen die recht doen aan mensen, door te kletsen met mijn kinderen, door een personage op toneel te zetten dat ik uit mezelf heb opgegraven, door te dansen, door dagen in stilte door te brengen in het klooster.
Aan welke mensen uit de geschiedenis heb je het meest een hekel?
Aan de uitvoerders van en meelopers met leiders die hun macht misbruiken. Ik heb het in het klein gezien in mijn werkomgeving, velen vertrokken daardoor beschadigd. Ik denk dat deze ‘uitvoerder’ een bange man was. Ik denk in het groot aan de machinisten die de treinen voor de Duitse bezetters naar de concentratiekampen reden. De ICE-agenten die de opdrachten van hun president uitvoeren en mensen geweld aandoen. Wat zou ik zelf doen? Ik heb – nu nog – makkelijk praten. Wat zal ik zelf doen, als ik, rijksambtenaar geworden om mensen recht te doen, te maken zal krijgen met politieke wensen die tegen mijn geweten ingaan? Ben ik dan nog steeds dapper en principieel? Of is bij mij dan ook het hemd nader dan de rok?
Wie zijn je helden/heldinnen uit de bijbel?
Paulus vind ik fascinerend. Apostel geworden nadat hij een fervente vervolger van christenen was. En hij was blij met zijn doorn in het vlees, die God niet bij hem wilde weghalen. De doorn is zijn zwakte, die zorgt dat Paulus niet naast zijn schoenen gaat lopen, dat hij met beide benen op de grond blijft. Zo hield hij verbinding met de essentie, de Eeuwige.
Wie zijn je favoriete helden in het echte leven?
Mijn opa, al bijna 40 jaar dood, was een lieverd. Met lekker eten, zijn helpende handen en zijn grapjes bracht hij vrolijkheid, verlichting en verbinding.
Hoe wil je sterven?
Bewust. En ik hoop dat ik de kans krijg afscheid te nemen van dit leven en vooral van mijn geliefden.
Wat is je huidige gemoedstoestand?
Rustig. Dat ben ik meestal niet.
Voor welke fout heb je de meeste tolerantie?
Ik denk dat ik voor veel dingen begrip kan opbrengen. Mensen zijn net mensen. Wat ik wel moeilijk vind is als iemand niet eerlijk is.
Wat is je motto?
Voor de verlichting, houthakken en water putten. Na de verlichting, houthakken en water putten. Ik vind het een ontnuchterende uitspraak uit de zentraditie. Je zoekt en vindt misschien wel verlossing, en tegelijk is er ‘no escape’. Je zult je in dit aardse bestaan altijd moeten verhouden tot het hier en nu, de werkelijkheid van alledag.
Wat doe je graag als je niet in de kerk zit?
Met mijn werk hoop ik, op mijn kleine postzegel, een steentje te verleggen in de rivier. Daarbuiten wandel ik graag en sta ik regelmatig langs de lijn om onze kinderen aan te moedigen. Ook zit ik graag op mijn meditatiemat, alhoewel ik dat nog wel vaker zou kunnen doen.