foto-links

raamdom-gr

Promotie van Annewieke Vroom aan de VU, 5 december 2014

Annewieke Vroom, voorganger in de Dominicus, nodigde de Dominicusgangers uit voor het bijwonen van ‘een eeuwenoud initiatieritueel, gewoon binnen de muren van de wetenschap’: haar promotie. Want dat is het, een initiatieritueel. De promovenda wordt opgenomen in de stand der wetenschappers.

door: Carla van der Heijden

Een promotie verloopt volgens een vast protocol, dat op iedere universiteit weer een beetje anders is. Precies op tijd rinkelen de belletjes van de pedel en achter haar aan schrijdt de rector magnificus en de stoet van hoogleraren in toga de grote aula van de Vrije Universiteit binnen. Henk Hillenaar is een van hen. Als laatste volgt Annewieke tussen haar twee paranimfen. Zij wijken gedurende de hele promotieplechtigheid niet van haar zijde, en tijdens de verdediging is het formeel toegestaan dat zij een vraag beantwoorden of dat er overleg plaatsvindt.

De ceremonie wordt aan de Vrije Universiteit geopend met een votum door de rector magnificus (‘onze hulp is in de naam van de Heer’). Dan krijgt Annewieke het woord voor haar lekenpraatje. Ze begint met het uitspreken van de formule voor de verdediging. Daarna maakt zij in een dikke tien minuten haar proefschrift, getiteld: God of Leegte? Zenboeddhist Masao Abe in dialoog met christelijke denkers, toegankelijk voor het publiek.

Haar onderzoek is een empirische studie naar een interreligieuze dialoog van de moderne Japanse zenboeddhist Masao Abe (1915-2006) met christelijke theologen; een project dat meer dan 35 jaar duurde. Aan de hand daarvan laat Annewieke zien hoe visies van boeddhisten en christenen verschuiven, botsen en veranderen. Het gaat vooral over het voorstel van Masao Abe om God anders te zien: als een Zelf-Ontledigende God die niet alleen in Jezus mens wordt, maar in alle mensen. Volgens de boeddhist volgt dat uit de christelijke gedachte van de alomvattende liefde van God, die in alle mensen gelijkelijk aanwezig is. Voor de zenboeddhist zijn zelfs de ‘grassen en bomen’ manifestaties van God. Hij ziet God-als-Leegte.
De christelijke denkers volgen elk een unieke weg in de dialoog met Abe, afhankelijk van hun achtergrond en ontwikkeling. De dialoog blijkt een veelvormig verschijnsel en niet te reduceren tot simpele uitkomsten. Het blijkt ook dat het geen snelkookpan van verandering is, maar leidt tot subtielere verschuivingen in zelf-verstaan en in het verstaan van de werkelijkheid. Het lekenpraatje is hier in zijn geheel te lezen.

Na haar lekenpraatje nemen de hoogleraren plaats op het podium en krijgen gelegenheid om vragen te stellen. Ze beginnen met de rituele opening: “Op gezag van de rector magnificus en krachtens mijn recht voer ik oppositie”. Dan geven ze complimenten, bijvoorbeeld over het leereffect van het proefschrift of de leemte aan kennis die hiermee opgevuld wordt. Vervolgens stellen ze een vraag, die ze inleiden vanuit hun eigen expertises. Alvorens antwoord te geven zegt Annewieke: “hooggeleerde opponent, dank u voor uw [interessante, mooie, boeiende] vraag”. De formaliteiten nemen niet weg dat er ook af en toe interessante discussie ontstaat tussen Annewieke en de hoogleraren.

Tijdens de eerste discussie, met antropoloog en emeritus-professor Andre Droogers, komt de vraag aan de orde hoe Annewieke om is gegaan met haar eigen subjectiviteit. Immers, objectiviteit is een onhaalbaar ideaal, ook in de wetenschap, omdat ieder door de eigen positie gekleurd wordt. Ze antwoordt dat ze geprobeerd heeft als het ware in de huid van Masao Abe te kruipen omdat ze zijn visie van binnenuit wilde begrijpen. Toen kwam ze tot haar interpretatie dat zijn filosofie ontsproten is uit zijn religieuze doorbraakervaring. Ze heeft zelfs een jaar in Japan gewoond en daar gestudeerd aan het dialoogcentrum waar Abe bij betrokken was. Ze woonde ook zes weken in een zen-klooster, waarmee ze verder ging in de dialoog dan Abe zelf was gegaan, want hij nam nooit deel aan christelijke vieringen.
Hoewel ze diep betrokken raakte bij de boeddhistische traditie bleek het moeilijk die van binnenuit te begrijpen. De eigen traditie en geloof in God is niet zomaar uit te schakelen. Na jaren van studie had een collega, bij een van de versies die ze inleverde, in de marge geschreven: “misschien heeft hij wel gelijk”. Toen realiseerde ze zich, dat ze ondanks al haar pogen, toch nooit werkelijk had toegelaten dat zijn visie, die ze erg waardeert, ook echt helemaal waar is. Dit omdat Masao Abe het geloof in God-als-Ander afwijst. Ze noemt ook dat Abe benadrukte dat men de uiteindelijke visie van zen pas begrijpt door te ontwaken, ofwel de verlichting te bereiken. De vraag wordt gesteld of zij dat nu bereikt heeft. Aarzelend antwoordt ze, vanaf de katheder waar een fel spotlicht op schijnt: “Dat is een goede vraag. Ik sta ook in het licht”. Een mooi en ook wat ontroerend besluit van deze eerste discussie.
Henk Hillenaar is de tweede hoogleraar die de gelegenheid krijgt om een vraag te stellen. Zijn vraag gaat over de plaats die de mystiek inneemt. Annewieke behandelt alleen de protestantse denkers in detail, maar niet de katholieke priesters en zendelingen die meer naar de mystiek neigen. De protestantse denkers zijn vrijer, volgens Henk, ze hebben geen last van Rome en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen, maar hebben het minder over innerlijke transformatie en meer over sociale gerechtigheid. Masao Abe kende de christelijke mystici en had contacten met katholieken, met name met Jezuïeten, zegt Henk Hillenaar. Hij haalt ook de theoloog Rahner aan, die heeft gezegd: “Het christendom in de 21e eeuw heeft geen toekomst, tenzij een mystieke toekomst”. En ook Rahner is gelezen door Masao Abe.
Annewieke zegt dat Thomas Merton, in een brief midden jaren ’60, aan Masao Abe aanraadde om met zijn dialoog in de richting van de mystieke denkers te gaan. Dat deed hij niet, want hij wilde spreken met de mainstream-denkers. En onder hen waren vooral protestantse theologen in de dialoog geïnteresseerd.
Henk Hillenaar dringt aan. In Japan zijn wel veel dialogen tussen zenboeddhisten en mystieke denkers gevoerd, maar dat heeft Annewieke niet uitgewerkt. Annewieke licht toe dat er wel een collega van Masao Abe was, Ueda geheten, die uitgebreid studie maakte van Eckhart. Misschien verklaart dit ook nader dat Abe weinig aan dialoog met mystici deed. Wat de katholieke priesters in Japan betreft: die dialoog ging vooral om de zen-praktijk. Masao Abe wilde praten over godsbeelden. Volgens Annewieke is een dialoog vanuit de praktijk van groot belang. Maar tegelijk moeten we met het redelijk nadenken over het transcendente wel zover gaan als we kunnen, ook al is het transcendente nooit met de rede te bevatten.
Ook stelt ze, “je zou wel de kritische vraag kunnen stellen: als Masao Abe de mystici als gesprekspartner had genomen, wat zou hij dan nog toe te voegen hebben gehad?” Zijn visie van de Ontledigende God ligt dicht tegen de christelijke mystiek aan. Henk noemt haar antwoorden zeer interessant en wijs en wil graag met haar verder praten.
Annewieke stemt daar van harte mee in, maar het woord is nu aan Walter van Herck, professor godsdienstfilosofie in Antwerpen en Gent. Masao Abe sprak veel met bepaalde Amerikaanse theologen, de procestheologen. Van Herck vraagt zich af, of het hiermee niet een zeer marginale dialoog is van denkers die met de eigen traditie niet uit de voeten kunnen, en niet zozeer een dialoog tussen christendom en boeddhisme. Annewieke antwoordt dat de procestheologie de belangrijkste Amerikaanse liberale theologische stroming van de vorige eeuw was, ook al had deze in Europa nauwelijks invloed. Van Herck vraagt ook naar de focus op metafysica die deze procesdenkers kenmerkt. Vergeten zij niet dat religie een praktijk is, en niet om denkbeelden gaat? Annewieke wijst op de invloed van het pragmatische, een Amerikaanse wijsgerige stroming, op procesdenkers. Pragmatisten keken naar wat de handelings-effecten van de opvattingen zijn. Inderdaad kijken de procestheologen niet naar de religieuze praktijk zoals die is, maar ze waren wel zeer gericht op het vinden van een taal die een religieuze praktijk van sociale gerechtigheid kon teweegbrengen.
De discussie loopt nog verder, en Annewieke verwijst ook naar het werk van Christa Anbeek, professor van de Universiteit voor Humanistiek. Zij krijgt als vierde het woord en begint met het ophalen van een herinnering aan een symposium aan de VU, dat ze organiseerde samen met Henk Vroom (1945-2014), de vader van Annewieke, waarbij Masao Abe te gast was. Masao Abe had in het Westen de rol van voorlichter van het zenboeddhisme en werd veel uitgenodigd. Anbeek vraagt wat volgens Annewieke de toekomst van de dialoog moet zijn: de dialoog zoals Abe die voerde, met een focus op religieuze tradities, of de dialoog zoals zijn leraar, de filosoof Keiji Nishitani, die voerde, in gesprek met seculiere denkers. Ook nu ontstaat een interessante discussie. Annewieke benadrukt dat de daadwerkelijke ervaringen van mensen, over dood en leven en liefde, en maatschappelijke thema’s, zoals ecologie, belangrijk moeten zijn. Ze verwijst naar het werk van Christa Anbeek en haar promotor (dat is Henk Vroom geweest) die dat ook hebben bepleit. In de dialoog van Masao Abe was dat gedeeltelijk het geval, hij sprak veel over leegte en vervreemding, maar het zou nog meer aandacht kunnen krijgen.
Tijdens de ondervraging van haar collega, professor André van der Braak, hoogleraar boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities, citeert hij Gadamar: “De dialoog begint met de veronderstelling dat de ander wel eens gelijk zou kunnen hebben”. Hij vraagt of de boeddhist dat nu echt heeft overwogen. Annewieke onderstreept: Abe was een man met een boodschap, een boodschap van volheid onder de ervaring van leegte. Ze wijst erop dat hij maar liefst 35 jaar teksten van christenen las, veel met ze praatte en er, door zijn vele reizen op en neer naar Japan, talloze jetlags voor over had. Zij vindt dat Abe ver is gegaan in zijn pogingen. Van der Braak komt ertussen en stelt: “was hij geen boeddhistische imperialist?” Annewieke: “Er is ook geen van de christenen die op enig moment het geloof in God opgeeft”. Ze wil dit nog toelichten maar dan rinkelt de pedel met haar staf en roept: “Hora est!” Daarop leest Annewieke formule voor die hoort bij het besluit van de verdediging.

HORAEST

De pedel treedt naar voren en haalt iedereen op; achter haar aan verlaten de hoogleraren en Annewieke met haar paranimfen de zaal. De hoogleraren gaan in beraad en op de tafel op het podium wordt een mooie grote koker neergezet. Daarin kan straks het getuigschrift worden opgeborgen.

Als Annewieke en de hoogleraren weer terug zijn zegt de rector magnificus dat er besloten is om aan de promovenda, Anne Louise Vroom, de graad van doctor te verlenen. Promotor professor Nelly Van Doorn-Harder (VU en Winston-Salem University) ondertekent het getuigschrift en spreekt de promotieformule uit. Felicitaties en applaus volgen. Ten slotte spreekt de promotor nog een laudatio, een lofrede, uit, mede namens de tweede promotor professor Catherine Cornille (Boston College) die niet aanwezig kon zijn en een brief heeft gestuurd waaruit Van Doorn citeert.
In de lofrede roemt professor Van Doorn haar historisch onderzoek en zegt dat ze verschillende bruggen heeft geslagen; namelijk tussen het christendom en het boeddhisme, tussen de historie en nu en tussen de VS en Europa. Ook stelt ze dat Annewieke later op haar werk zal terugkijken als een pioniers-studie in een nieuw vakgebied, dat net is ontstaan, dat van de comparatieve theologie.
De ceremonie wordt afgesloten, zoals ze geopend werd, met een religieuze groet.

Carla van der Heijden is geestelijk verzorger en ritueelbegeleider, zie ook www.verhaalenrite.nl