foto-links

raamdom-gr

Bewerkte foto Leenke 2

Kennismaking met Leenke de Lege

‘Expressie geven aan je bezieling’

Zondag 13 juli staat onze nieuwe dirigent Leenke de Lege voor het eerst ‘op de bok’. Leenke komt uit Vrijburg, een kerk in Zuid die door remonstranten en protestanten gedeeld wordt. Daar dirigeerde ze sinds 2003 de cantorij. In de Dominicus heeft ze een primeur, want ze is de eerste vrouwelijke dirigent. Leenke heeft veel zin in deze nieuwe, spannende stap in haar loopbaan. In een kort kennismakingsinterview vertelt ze over haar jeugd, haar passie voor samen zingen, haar visie op (kerk)muziek en haar verwachtingen voor de toekomst. 

 

Jeugd in Zwijndrecht

Mijn ouders komen uit Rotterdam. Na hun trouwen zijn ze naar Zwijndrecht verhuisd en daar ben ik geboren, in 1974, als oudste van drie meiden. Ik kom uit een synodaal gereformeerd gezin. Er waren thuis geen strenge geloofsregels, maar mijn ouders stelden het wel op prijs als we naar de kerk gingen. Zij waren beiden werkzaam in het onderwijs. Mijn vader was leraar Duits, later conrector en rector. Mijn moeder was eerst juf in het basisonderwijs, op latere leeftijd haalde ze de mo-akte en werd ze ook leraar Duits in het voortgezet onderwijs. Hoewel er zeker warmte was in het gezin, vond ik mijn jeugd niet erg leuk. Ik voelde me vaak eenzaam en had het niet bepaald naar mijn zin op school. Ik heb me altijd maar moeilijk in het schoolsysteem kunnen voegen en raakte soms behoorlijk gestrest door de vele eisen die aan me werden gesteld. Maar gelukkig was er het plaatselijke kinder- en jeugdkoor.

Jeugdkoor Vivace

Door stom toeval kwam ik op het plaatselijke kinderkoor terecht. Ik was een jaar of zeven toen ik op een middag buiten ging spelen en de kinderen met wie ik altijd speelde spoorloos verdwenen waren. Ze bleken naar het kinderkoor te zijn. Ik ging een keertje mee en vond het meteen leuk. Ik merkte dat ik erg van zingen hield. Op je tiende ging je over naar het jeugdkoor, Vivace. Vivace was een koor voor gelijke stemmen: sopraan, mezzo en alt, in de volksmond stem 1, 2 en 3. Het bestond dan ook vrijwel uitsluitend uit meisjes en een paar jongens die nog hoog zongen. Daar is mijn liefde voor de muziek begonnen, en dan vooral voor het samen zingen. We repeteerden twee keer per week, ik leefde van repetitie naar repetitie. Ook het verdere sociale leven speelde zich grotendeels af met de vriendinnen van het koor. We gingen samen dansen en naar de kermis. Het koor kleurde mijn leven.

Dubbele studie

Het koor wekte zo mijn interesse dat ik na de middelbare school koordirectie ben gaan studeren aan het conservatorium van Rotterdam. Ik koos voor een dubbele studie en combineerde de koordirectiestudie met Slavische talen in Leiden. Die studie in Leiden heb ik afgemaakt, maar de studie aan het conservatorium bleek wat teveel van het goede. Ik had wel de stem en het muzikale gehoor, maar onvoldoende intellectuele bagage om mij daar op mijn gemak te voelen. Ik was net 18, mijn jaargenoten waren rond de 25. Wel ging ik zingen op de Laurenscantorij van een van mijn docenten aan het conservatorium, Barend Schuurman. Daar leerde ik de grote werken kennen, zoals de Messiah en de Matthäus. Later werd ik ook voor andere koren gevraagd, deels professionele koren die betaalden. Ik had inmiddels een baan als vertaler bij een vertaalbureau, maar ik stak steeds meer tijd en energie in het zingen. Toen ik bij het Collegium Vocale Gent van Philippe Herreweghekwam en regelmatig op internationale tournee ging, heb ik me helemaal aan het zingen overgegeven. Ik heb er een jaar of drie van geleefd, een heerlijke tijd.

Grote crisis

Op aanraden van veel mensen ben ik toen opnieuw naar het conservatorium gegaan, ditmaal voor zang. Maar terwijl ik in de koren vleugels kreeg, liep de zangstudie helemaal niet. Er moest volgens de docenten meer connectie zijn tussen mijn stem en mijn ademhaling. Het kwam erop neer dat er vrijwel niets deugde van wat ik deed. Ik dacht: hoe kan dat nou, ik wordt toch overal voor gevraagd? Zingen was mijn identiteit. Het was een keiharde confrontatie. Heel lang heb ik geprobeerd om de aanwijzingen op te volgen die de docenten mij gaven, maar ik kreeg stemproblemen. Mijn stem verloor zijn souplesse, het gemak in de hoogte. Het werd een obsessie voor me. Het waren jaren van hard werken en afzien, eigenlijk tegen beter weten in. Het mooie van die zoektocht is, dat ik me ben gaan verdiepen in alles wat met de menselijke stem te maken heeft. Op een gegeven moment kwam er via via iemand bij me die problemen had met haar stem en die had gehoord dat ik daar wel raad mee wist. Ze vroeg of ik haar wilde begeleiden. Ik kreeg meer leerlingen met problematische stemmen. Zo is mijn interesse ontstaan in mensen en hun stem, in hoe die functioneert in relatie met hoe je in je vel zit, en wat zingen dan met je kan doen. Dat is een belangrijk deel van mijn ontwikkeling geworden.

Op zoek naar de magie

Van 1998 tot 2004 woonde ik in huis bij Lenie van Reijendam, vrijzinnig protestants predikant in Vrijburg. Toen de cantrix daar vertrok en ik gevraagd werd om haar op te volgen, heb ik de sprong gewaagd. Ik was al sinds mijn zevende actief in koren en heb bij veel goede Nederlandse en buitenlandse dirigenten gezongen, onbekende maar ook bekende als Daniel Reuβ, Péter Eötvös, Riccardo Chailly en Bernard Haitink. Van hen had ik veel opgestoken. Bovendien had ik op het conservatorium alle theoretische vakken afgemaakt. En zo ben ik begonnen, met circa tien wat oudere dames en heren. Vanaf het begin vond ik het erg leuk om te doen. Intensief, dat wel, maar na veel bloed, zweet en tranen is er dan soms ineens die magie. Dan gaat de muziek een eigen leven leiden. Als je er bewust naar op zoek gaat, vind je het niet. Maar dat is wel waar je het voor doet.

Vuur en passie

In Vrijburg zongen we Oosterhuis, maar ook bijvoorbeeld meerstemmige zettingen uit het Liedboek van de Kerken (protestants liedboek, red.).  Sommige koorleden reageerden wat sceptisch toen in 2013 het nieuwe liedboek uitkwam, maar ik vond dat we het een kans moesten geven. Ik heb 25 willekeurige liederen eruit gehaald en die hebben we op twee avonden doorgenomen. De meningen waren heel divers. Sommigen zeiden van een lied wat geringschattend: het is net een wals, goedkoop vermaak. Maar die wals brengt wel veel mensen in beweging. Waar ik naar kijk is of een lied goed zingbaar is en of mensen erdoor worden geraakt. De Dominicus heeft een goed doordachte, eigen liedtraditie. Ik ben bezig met het doornemen van de liedbundel. Daar zit vuur en passie in. Die bundel zegt: dit zijn wij. Natuurlijk zal het enige tijd kosten me de liedtraditie eigen te maken. In het sollicitatiegesprek heb ik gezegd dat ik het ook leuk zou vinden om af en toe een klassiek stuk in te brengen. En vanuit Vrijburg neem ik een aantal mooie liederen mee die ik zal voorleggen. Dan gaat gelukkig niet meteen de deur dicht, er is openheid voor, bij het koor en bij Thom Jansen.

Verbinden en verdiepen

Toen ik het koor voor het eerst hoorde, viel me meteen op dat er met bezieling gezongen wordt. Als dirigent help je expressie te geven aan die bezieling: hoe vertaal je je eigen geloofsbeleving in de liederen die je zingt? Aanhakend bij het motto van de Dominicus: daar wil ik me graag mee verbinden en in verdiepen. Ik vind het hartverwarmend dat ik nu al zo veel positieve reacties krijg. Het koor staat heel erg open voor mij. Het zal wel even duren om ons op elkaar af te stemmen, maar ik heb het gevoel dat ik daar ook de kans voor krijg. Thom Jansen heeft al aangegeven dat hij mij daar zeker bij zal helpen en de ruimte in zal geven. Dus ja, ik heb er ontzettend veel zin in.

PS. Ook op persoonlijk vlak zijn er grote toekomstverwachtingen. Eind oktober verwachten Leenke en haar man Jonathan een kind.

Mirjam Nieboer interviewde Leenke de Lege