foto-links

raamdom-gr

Dilemma

Onze Taalgroep Dominicus geeft al meer dan 15 jaar Nederlandse les aan ongedocumenteerden:
vluchtelingen, asielzoekers en dak- of thuislozen. Elke vrijdag, week in, week uit, jaar in, jaar uit.
Zonder vakanties, want die kennen ongedocumenteerden niet. Ik noem het wel eens ons Tweede Open Huis, overigens zonder ons gekoesterde origineel iets van zijn verworven glans te willen ontdoen. Maar 15 jaren lang vijftig keer per jaar zo’n 30 vreemdelingen ontvangen geeft toch ook een respectabel totaal van meer dan twintigduizend bezoekjes…

Onze cursisten komen van overal waar mensen hun bestaan niet veilig kunnen opbouwen. Azië en Afrika zijn duidelijk oververtegenwoordigd. Je hoort niet tot de goede groep, tot het dominante gewenste geloof, tot de goede stam of clan, bij de mensen met kapitaal en invloed of je bent eenvoudig op de verkeerde plaats geboren. Je kunt het treffen op deze aarde, of niet.

Onze cursisten nemen natuurlijk ook hun eigen cultuur en gewoonten mee. Dat is prima en dat respecteren we, al geven we wel duidelijk aan dat het willen leren van Nederlands niet op zichzelf kan staan. Het betekent ook dat je je als vreemdeling openstelt voor de Nederlandse cultuur en voor dat wat hier als gangbaar ervaren wordt. Geen cursist heeft daar overigens moeite mee.
Ze leren veel van ons, maar wij ook veel van hen. Een van onze docenten maakte er een sport van om in zo veel mogelijk vreemde talen gelukkig nieuwjaar te kunnen zeggen en schrijven.

Het zich eigen maken van al wat Nederlands is, gaat de een wel wat makkelijk af dan de ander. Zo
kost het sommige cursisten wel wat moeite om op tijd op de les te komen. Ook hier spelen cultuurverschillen een rol. Een Afrikaans spreekwoord schijnt te luiden Nederlanders hebben een horloge, maar Afrikanen hebben de tijd.
Het spreekwoord mag dan luiden zoals het luidt, maar bij onze lessen moeten de cursisten er op tijd zijn. En dat passen we nogal stipt toe: wie op de vrijdagmorgen na 10 uur aanbelt komt er niet meer in. De pastoriedeur gaat dan dicht en je bent pas na een uur welkom (!), als we even pauzeren.

Die aanpak werkt goed. Maar niet altijd.

Docent: Waarom was je er vorige week niet? We hebben je gemist. Hoe komt dat?
Cursist: Ik moest werken. En toen was ik niet op tijd voor de les.

De docent vraagt even door. Wat voor werk is dat dan?

Dan ontvouwt zich het onthutsend beeld van een hedendaagse werkelijkheid. Mensen zonder verblijfsvergunning mogen niet werken, mogen niet naar school, maar moeten hier wel wat doen om in leven te blijven. En dan komen ondergrondse realiteiten in beeld. Voor onze cursist betekende dat het accepteren van een schoonmaakbaan in een bedrijf. De werktijd werd gesteld van ‘s morgens 6 tot ‘s middags 2 uur. Het uurloon bedroeg 2 euro en 25 eurocent. En de baan vereiste de aanwezigheid op alle zeven dagen van de week. Onze cursist moest voor deze baan ook nog vanuit een verre buitenwijk naar het centrum van de stad zien te komen. Over reisgeld werd niet gesproken.

De docent staat voor een dilemma. Accepteer ik dit? Ik ben Nederlander, ik woon in Amsterdam, ik heb hier weet van. Ik voel me beschaamd en ook verantwoordelijk.
Wat moet ik doen? Kan ik wat doen. En wat dan?

Wat zou u doen? Wat zou jij doen?

Jos Simis