foto-links

raamdom-gr

Jan Nieuwenhuis: ‘De dood bestaat niet’

Dit interview van Karin Kasdorp met Jan Nieuwenhuis verscheen eerder in de Dominicuskrant, maandblad van de Dominicus Amsterdam.

Pax et Bonum staat er op het bordje dat naast de kapstok hangt. ‘Wees welkom in mijn kloostercel,’ begroet Jan me hartelijk als ik zijn flat binnenkom. Hij laat me zijn behuizing zien: twee ruime kamers, een open keuken, badkamer en een kleine serre met uitzicht op groen in Amsterdam Buitenveldert. Smetana’s Moldau staat op. Aan de wand hangen allemaal iconen. Van Johannes uiteraard.
Jan loopt achter zijn rollator naar de keuken en komt met koffie terug. Ondanks zijn heup hoeH hij geen hulp. Wel zal hij altijd met de rollator moeten blijven lopen. Jan (1924): ‘Psalm 90 zegt ‘Het leven van een mens is zeventig jaar, als hij sterk is tachtig. Het meeste is kommer en kwel.’ Ik zal dat gaan bestrijden.’
Een gesprek over zijn leven, ouderdom, en over tijd en dood, die niet bestaan.

Na de derde heupoperaIe, die heel goed was verlopen, waren de chirurgen zeer tevreden. ‘Er is een foto van gemaakt na de operaIe, en die vond ik zo mooi, ik had ‘m wel boven mijn bed willen hangen. Na een week mocht ik weer naar huis.’
Maar toen in juli jl. zijn heup uit de kom schoot toen hij in een auto stapte, was het weer volkomen mis. Jan: ‘Dit wens je niemand toe. Ik heb vreselijk veel pijn gehad. Ze moesten enorm trekken om die heup weer in de kom te krijgen, de spieren zijn helemaal ontregeld, bijna gescheurd. Het is heel pijnlijk. Maar er is niets aan te doen, behalve oefenen.’ Het kan nog maanden duren. Hij krijgt nu twee keer per week fysiotherapie en moet oefeningen doen, als hij zit of uitrust. Twee keer per dag komt de thuiszorg. ‘Er is nl. één ding wat je niet mag doen als je je heup gebroken hebt: je sokken aantrekken.’

‘Maar ik ben alles bij elkaar zeer gelukkig, hoor. Het ziet ernaar uit dat het eind van het jaar weer wat beter kan gaan.’ Vorige week (ik spreek hem in september 2012) heeft hij de dag herdacht dat hij zeventig jaar geleden de professie heeft gedaan om in de Orde van de Dominicanen aangenomen te worden. Zijn levensweg binnen de orde begon met het noviciaat, de proeftijd van een jaar. ‘Dat was het jaar waarin ik de grootst mogelijke lol van mijn leven heb gehad. Ik was de jongste van mijn klas van Ien jongens en we kregen allemaal een taak. Ik kreeg de wc’s te doen. Ik had geen idee.’

Na het noviciaat deed je de kleine gelofte, waarbij je je aan de orde bond, maar de orde niet aan jou. Toen ging hij naar Zwolle waar hij de driejarige opleiding Wijsbegeerte heeft gedaan. Jan is achteraf ontzettend dankbaar dat hij dat heeft mogen meemaken. Hij heeH er leren denken. ‘Want denken is heel moeilijk, dat hoef ik je niet te vertellen. De grote Griekse denkers, Aristoteles, Plato, vakken als logica en natuurfilosofie, we hebben het allemaal bestudeerd. Wat heeft dat met het priesterschap te maken? Je hele denken draait om dat soort begrippen: ruimte, logica. De meeste mensen denken dat ze logisch denken, maar doen dat helemaal niet. Wat is ruimte? Je neemt ruimte in. Tijd? Tijd bestaat niet. Wat wel bestaat is: duur. Maar dat is iets heel anders. Ik ga voort van iets naar iets. Maar tijd is een denkmaaksel. Ik denk dat ze gelijk hebben.’ Over ouderdom gesproken. ‘Ook het woordje oud is een denkmaaksel. Het duren gaat gewoon door. Oud ben je eigenlijk niet. Je duurt nogal.’ Hij lacht. ‘De duur hak je in stukken en dat ga je meten. Het gaat om de beleving, alles gaat door. Panta rhei, ja.’ Hij heeft psychisch niet het gevoel dat hij oud is. Wat hij wel beleeft is ‘dat die machine krakkemikkig wordt, het verslijt. Het voordeel is, dat als je wat verder mag komen met je duur, dat je bepaalde dingen ook echt zeker weet, vind ik.’


Wat is voor jou een zekerheid?

‘Dat de dood niet bestaat. Als je de verhalen van Jezus gaat lezen: daar komt het woordje dood niet in voor. Er zijn een aantal cruciale verhalen van Jezus waarin de dood voorkomt: het dochtertje van Jaïrus, de hofbeambte van Kafarnaüm, Lazarus. Het grote verhaal van Johannes: Ik hoef je natuurlijk niet te vertellen dat dat superieur is aan de andere!
Maar Jezus neemt het woordje dood nooit in zijn mond. Hij zegt tegen Jaïrus: ze slaapt. De hofbeambte van Kafarnaüm loopt het hele eind naar hem toe, maar Jezus blijft gewoon zitten. Ga maar naar huis, je knecht is beter. En Lazarus: Hoe Johannes daar over vertelt, vind ik adembenemend. Dat verhaal is grandioos. Drie dagen is Lazarus overleden. Maar Jezus zegt ook hier: hij slaapt. Hij weigert ze dood te noemen, als je die verhalen goed leest. De realiteit van wat wij dood noemen, weigert hij te accepteren. Ook in zijn eigen einde komt het niet voor. Jezus geeH zijn leven, deelt het uit. Die denkwereld is door de Grieken verwoord: de dood bestaat niet.’

Dus als je mij vraagt: er zal een dag aanbreken, dat dit lijf zegt: daag… Ik zou zeggen: drink allemaal een lekker glaasje…, maar ik ben niet dood. Een mens is veel meer dan die machine, dan dit.’ Wrijft over zijn benen. ‘Dus: oud worden vind ik geen pijnlijke zaak. Ik wou wel dat ik bij de Hema een nieuw been kon kopen, het liefst met een ritssluiIng. Naarmate je verder komt in je duur, word je geconfronteerd met het idee dat de machine eens een keer op gaat houden.
Ik hoop oprecht dat wanneer het echt komt, heel veel mensen in de Dominicus feest gaan vieren en misschien doe ik dan ook wel een beetje mee. Ik geloof ook niet dat ik er bang voor ben. Zou niet weten waar ik bang voor zou moeten zijn. Ik heb ook geen wensen wat er moet gebeuren als ik in die kist zit. De mensen die komen, moeten iets, vieren of…. Ze moeten het niet over mij hebben, tenzij het voor hen zelf is, iets willen vormgeven aan waar ze zelf behoefte aan hebben.’

Jan zou het voor de Dominicus een goed idee vinden als er een serie zou komen over de verhalen van Jezus en de dood. De veertigdagentijd zou zich daar goed voor lenen. Al die verhalen achter elkaar gelezen valt op dat Jezus het woordje dood niet in de mond neemt. ‘Er is alleen een overblijfsel. Je zou een schitterende serie kunnen maken over verhalen uit de schrift over de dood. Job, Elia, Jaïrus… We zijn ook een gemeenschap waar de ouderdom toeneemt. Ik denk dat mensen daar enorme behoefte aan hebben, want we zitten er allemaal mee. Het zijn allemaal verhalen die prachtig zijn. Als ze daar nu eens in duiken, om dat te achterhalen. Het is verschrikkelijk belangrijk.’

Hij maakt zich er een beetje zorgen over dat er wat te weinig theologisch wordt gepreekt. ‘Ik vind dat het team nu gevaar loopt daar een beetje los van te raken. De huidige trend gaat te veel uit naar wat mensen willen. Ik vind het nu te makkelijk. Je hoort tegenwoordig wel ‘ik neem de bijbel op de koopt toe’, maar waar kom je dan eigenlijk voor? Dat is niet alleen mijn uitgangspunt, maar ook het visioen. Het is belangrijk de diepte in te gaan. Door leerhuizen te geven, meer bijbels te preken. Ik bedoel dit niet als verwijt, maar het team draait daar een beetje omheen. Maar ik wil ze niet afvallen. Ik zou het enorm toejuichen om in de verhalen over Jezus en de dood te duiken. Ik kom toch om iets te horen waar ik mee verder kan en dat kan niet anders dan dat je terugkomt bij het verhaal. Het is een groot verhaal. De visie van de evangelisten: dat dood geen dood is. Ik houd niet op. De fantasie van hoe dan, vind ik reuze interessant.’

Hoe kijk je dan aan tegen het ‘hiernamaals’?
‘Hiernamaals is een verkeerd woord. Schillebeeckx zei: het is het hiernumaals. Dat we dit nu beleven: Ik ben het die nu hier zit te leuteren, en dat wordt ergens opgeslagen in dat ding (die computer) van jou. Wat we nu samen bespreken, wordt ergens geconsolideerd, dat is leven. Dat ik nu besta, dat ik ben. Dat ik morgen leef, betekent ook dat ik ben.
De schrift drukt dat uit in het prachtige beeld van de eeuwigheid, die is al bezig en blijft maar bezig. Het meeste van die mens, dat zweeft nu naar jou toe, en krijg ik van je terug. Mijn vader en moeder zijn nu nabijer dan toen, ik ken ze nu beter. Ik heb boeken geschreven en een Dominicus mede mogen vormgeven: maar ik laat het niet na, het is er nu. Dat ik daar iets in heb mogen bijdragen, dat kan ik niet navertellen, dat stemt je tot dankbaarheid.’

Is reïncarnatie een mogelijkheid voor jou?
‘Persoonlijk geloof ik er niet in. Als ik nadenk over wat mijn vader en moeder voor mij hebben verwezenlijkt: Goed zijn en niet goed zijn, leren spreken, schrijven,
iedere letter die ik schrijf heb ik geleerd. Ik ben een optelsom van wat alle mogelijke mensen in mij hebben gestopt. Ik had geen letter kunnen schrijven zonder anderen.’

Hoe zie je dan jouw originaliteit?
‘Ik ben een optelsom van wat zij aan mij gedaan hebben. Het nieuwe is: dat wat er in mij zit. Alle mensen duren voort in wat ik daarin heb mogen doen. Dat is mijn leven. Voortleven in anderen: dat doe ik al. Ze zijn nu bezig met de vierde druk van Johannes… Als je wat langer mag duren, krijg je wel de neiging en de wetenschap: ik laat een hoop over. Ze zien maar wat ze ermee doen.’

Klopt het als ik je een dankbaar mens noem?
‘Ik heb een verrukkelijk leven gehad. Ik ben, de hemel zij geprezen, behoed voor allerlei conflicten met mijn vader en moeder; bijvoorbeeld de opleiding die ik gehad heb, daar kan ik niet dankbaar genoeg voor zijn. Ook mijn bestaan als Dominicaan, gedropt in de Spuistraat, dat ik er bij betrokken ben geraakt, daar ben ik ongelooflijk dankbaar voor. Niemand die wist wat we moesten doen, dat er toch iets gebeurt. Er zijn mensen die zeggen: Jij hebt toch de Dominicus gesticht. Dat is waanzin. Wij hadden visioenen, maar ik wist absoluut niet, Wim Tepe ook niet, hoe en wat we moesten doen.’

Jan vindt dat de wijze waarop de Dominicus kerk aan het worden is nog steeds intenser wordt. Hij is er heilig van overtuigd dat dit de manier van de kerk van de toekomst is. ‘De kerk hoort horizontaal te zijn, met mensen die elkaar van dienst willen zijn. Dat wij dat als Dominicus proberen te doen, met elkaar met een enorme solidariteit vind ik een wezenlijk iets van wat een kerk is. In mijn hele periode dat ik kaduuk was heb ik zo ontzettend veel steun en lieve woorden te horen gekregen. Die saamhorigheid en solidariteit is iets wat de officiële kerk helemaal mist.
Ik vind dat wij, zonder dat we het wisten, op de goede weg zijn gekomen. Dat moeten we vooral doorzetten. Ik denk dat dat de kerk van de toekomst is. Je ziet overal verschijningsvormen, het is overal bezig! Kijk naar de Salvator in Den Bosch, mensen zeggen dáág.
De kerk van Petrus, de piramide, is vermolmd, er is niets meer van heel. Petrus heeft alIjd de tweede plaats, hij snapt niks, weet niks. De piramideachIge kerk met één iemand aan het hoofd, is passé. Het is gemodelleerd op het romeinse keizerrijk, dat allemaal gestoeld is op macht. Daarom heeH de oosterse kerk zich daar ook vanaf gewend.’

‘Dat ik daar een stapje in mee mag maken: dat de wereld goed wordt…. Die droom moeten we vooral hoog houden. Johannes heeft het ook over dromen. En Desmond Tutu, die dat tegen die studenten zei: dream! Een geweldige man. Ik heb spijt dat de beleidsraad niet heeH gevraagd dat hij bij ons kwam preken… Hij hield die idealen hoog: daar gaat de hele boodschap van de bijbel over. Er is een overkant, en die zee, je kunt er niet alleen doorhéén, je kunt er zelfs op lópen. Het heeft niets te maken met wonderen. Ook niet dat Jezus over het water loopt. Het gaat niet over water, nee. De zee is een analogie van de tegenkrachten, maar het volk komt er doorheen. Als Johannes zijn definiteve visioen schrijft in Openbaring 20 zegt hij dan ook: de zee was niet meer.
Nou, dan hebben we toch even de hele theologie doorgenomen… Je kunt het in één woord zeggen hoor, waar het over gaat: dat het anders kan, dromen. Wie zei het ook alweer? Yes we can, oja, Obama.’

Heb jij op jouw leeftijd nog een droom of ideaal…?
‘Nee, een ideaal niet. Wel een lijfspreuk van Frans van Waesberghe: Fons, (dat was mijn kloosternaam) je doet wat je kunt. Niet zeggen hoe het moet, maar zeggen: doorzetten. Zelfs over die heup: we komen over het water heen naar de overkant. Een groot leider, Frans van Waesberghe: Die heeft ons in leven gehouden. Kun je het je voorstellen? De ontslagbrief (van Tepe en hem) lag al klaar bij de bisschop, hè!’
‘Het is toch een beetje een terugblik, als je lang mag duren. Je hebt een aantal ontdekkingen gedaan in het leven, dat is iets om te koesteren. De hele neergang van de katholieke kerk, in de vijftiger jaren, dat heb ik aan den lijve mogen meemaken. Mijn geloof in de paus en de roomse kerk raakte aan het wankelen een paar jaar nadat ik weer terug was uit Rome, waar ik ook op privé-audiëntie bij Pius XII was geweest. In de krant las ik dat hij dodelijk ziek was geweest, maar vertelde dat hij een visioen had gehad van Christus in de Vaticaanse tuinen.’

Jan wijst naar zijn hoofd; ‘toen dacht ik voor het eerst: dit kan niet, en toen raakt het hele gebouw voor mij aan het wankelen. Ik ben min of meer toevallig bij Johannes terechtgekomen. In de jaren zevenIg hebben we een serie over de synoptici gedaan; het team zei: dat moeten we niet doen, dat is veel te moeilijk. Van Han Renckens S.J. hebben we destijds een herscholing gehad. Toen zijn mij de schellen van de ogen gevallen, en heb ik alles gelezen wat er over Johannes maar te vinden was. Ik ben nu niet alleen maar een adept, maar hopelijk ook een leerling van hem.
Als we elkaar ooit eens zouden mogen zien, dan zou ik naar hem toestappen en vragen ‘hoe heb jij dit geflikt.’ De meeste iconen die hier hangen komen uit Patmos. Ik ben diverse malen bij zijn graf geweest. Historisch is het vrijwel zeker dat hij daar ligt. Van Petrus is niets zeker, of hij onder de Sint Pieter ligt.’

In november vieren we Allerzielen. Hoe kijk jij terug op de mensen die het afgelopen jaar de Dominicus ontvielen?
‘Ze bestaan niet meer op een zintuiglijke manier, maar ze zijn wel op een veel belangrijker manier waarneembaar. Niet alleen herinnerbaar, ze werken nog steeds door in wat ze hebben nagelaten. Ik ben een optelsom van wat honderden mensen aan mij hebben gedaan. Dat woord leven: dat is niet iets biologisch. Leven gaat voortdurend buiten mijn vel uit, daar bestaat je hele bestaan uit. Veel meer dan een vel waar iemand in zit. Ik vind het een moedige daad van die Grieken dat ze dat hebben gezegd: Tijd en dood bestaan niet.’

Wat bestaat er? Ik Ben?
‘Daarom is het een godsnaam: Ik Ben.’

Zou je nog iets willen?
‘O, ik heb mijn wil aan god gegeven, dat weet je.’

In memoriam Jan Nieuwenhuis (o.p.)

Jan Nieuwenhuis, foto Arjan Broers

Jan Nieuwenhuis, foto Arjan Broers

Zelf geloofde hij niet in de dood. “Een mens is veel meer dan een machine, een lichaam. Ook in Jezus’ eigen einde komt het niet voor. Hij geeft zijn leven, deelt het uit. Die denkwereld is door de Grieken verwoord: de dood bestaat niet.(…) Ik hoop oprecht dat wanneer het echt komt, heel veel mensen in de Dominicus feest gaan vieren en misschien doe ik dan ook wel een beetje mee. Ik geloof ook niet dat ik er bang voor ben. Zou niet weten waar ik bang voor zou moeten zijn.”

In de Dominicusgemeente in Amsterdam is (desalniettemin) verslagen gereageerd op het overlijden van haar pater familias Jan Nieuwenhuis, ere-voorganger en oud-lid van het Liturgisch Team. Jan Nieuwenhuis overleed in de vroege ochtend van 24 augustus in Nijmegen. Hij was priester, pastor, auteur en een van de grondleggers van de oecumenische gemeente. Hij schreef een dissertatie, boeken, preken, gaf leerhuizen en bleef nog ver na zijn tachtigste jaar publiceren. Zijn visie op het priesterschap liep als een rode draad door zijn leven en werk en deed regelmatig veel stof opwaaien.

Jan Herman Maria Nieuwenhuis werd geboren in Amsterdam op 31 januari 1924. Toen hij 17 jaar was, trad hij in Huissen in de Orde van de Dominicanen in, waar hij precies een jaar later in september 1942 de professie aflegde. Tijdens de priesteropleiding van zeven jaar studeerde hij theologie en filosofie.
In 1948 werd hij tot priester gewijd. Door die wijding werd Jan Nieuwenhuis voor zijn omgeving een persoon die ver boven andere mensen verheven was. Destijds was dat vanzelfsprekend, maar hijzelf heeft het idee later ‘godzijdank helemaal verlaten.’ Als hij sprak over de priesterwijding vertelde hij vrijwel altijd het verhaal van zijn tante Annie, de jongste zus van zijn moeder, die als verpleegster hem mede ter wereld had geholpen. ‘Toen ik na de wijding de spreekkamer binnenkwam waar mijn familie zat en iedereen op de knieën zonk om de zegen te ontvangen, riep tante Annie uit: ‘Och god, mijn Jantje!’ Ik was ineens geen Jantje meer, maar tot een andere dimensie overgegaan.’

Na zijn lectoraatsexamen in 1949 zette Jan Nieuwenhuis zijn theologische studies voort aan het Angelicum in Rome. Twee jaar later promoveerde hij op de dissertatie ‘De Kunst van God.’ Teruggekomen uit Rome werd Nieuwenhuis benoemd tot redactiesecretaris van de Bazuin, een progressief katholiek tijdschrift waarin geschreven werd over moderne vormen van geloofsverkondiging. Zijn eigen opvattingen over het priesterschap waren toen al geruime tijd aan het wankelen. De redactie van de Bazuin liet zich inspireren door het Tweede Vaticaans Concilie van 1962-1965. Het tijdschrift had eveneens zijn zetel in Nijmegen.
In 1964 besloten provinciaal Frans van Waesberghe en het concilie dat Jan Nieuwenhuis samen met drie andere dominicanen naar de noodlijdende rooms-katholieke parochie in de Dominicuskerk in Amsterdam moest worden overgeplaatst. Onder leiding van studentenpastor Wim Tepe zetten ze voort wat gebruikelijk was, zoals dagelijks meerdere missen en het bidden van het rozenhoedje.
Het toeval wilde dat de Jezuïet Bernard Huijbers een onderkomen zocht voor zijn koor van jongens van het Ignatius College en meisjes van het Fons Vitae. Wim Tepe, wiens koor was vertrokken omdat het geen Nederlandse liederen wilde uitvoeren, bood Huijbers enthousiast onderdak aan. Met Huijbers kwamen ook de liederen en liturgische vernieuwingen van Huub Oosterhuis de kerk binnen. Al snel werden liturgische gebruiken overboord gezet en nieuwe elementen geïmporteerd. De invoering van ‘meer bijbel’ en minder devotie is achteraf een enorm richtinggevend besluit geweest.
Zo ontstond op organische wijze een opmerkelijk samenwerkingsverband tussen dominicanen en jezuïeten dat veel mensen aantrok.

Als het om de groei en ontwikkeling van de Dominicusgemeente ging, benadrukte Jan Nieuwenhuis altijd dat ze ‘door een hemelse helikopter waren gedropt’ en ‘het allemaal als vanzelf is gegaan’. Besluiten werden democratisch genomen, zoals het voorgaan van vrouwelijke pastores en delen van brood en wijn aan en door alle bezoekers, homo of hetero, rooms-katholiek, protestant of buitenkerkelijk. ‘Het wezen van de eucharistie is dat je jezelf breekt, deelt, uitgeeft, prijsgeeft,’ zei Nieuwenhuis daarover.
Dat kinderen er nog steeds een belangrijke plaats hebben, kan op Nieuwenhuis’ conto worden geschreven. Jarenlang hield hij zich bezig met geloofsoverdracht aan ‘kleine gelovigen’ en voerde hij gesprekken met priesters, ouders en onderwijzers.
In de beginjaren van de huidige Dominicusgemeente werkte hij bij het Bureau Algemene Jeugdzielzorg in Arnhem. In die tijd publiceerde hij het boek Volgend jaar misschien. Geloven tussen twaalf en zeventien jaar. In de jaren zeventig en tachtig verschenen Terwijl de boer slaapt en Twee geloven in een huis over geloofsopvoeding respectievelijk ‘het geloof van de tussengeneratie’. Jan Nieuwenhuis is nog jarenlang pastor voor jongeren op een middelbare school in Amstelveen geweest.

Gefascineerd als hij was door Johannes schreef hij diverse boeken over de apostel. In 2004 verscheen Johannes de Ziener en eerder publiceerde hij al een drieluik over de geschriften van zijn naamgenoot: zijn evangelie, brieven en openbaringen. Sinds Johannes en zijn visie hem hebben gegrepen zijn zij hem altijd blijven inspireren.
In 2007 publiceerde hij met drie medebroeders de brochure Kerk & Ambt over het tekort aan priesters en de lastige celibaatwetdiscussie. Kernstuk van de brochure was dat de gemeente zelf haar voorganger moest kunnen kiezen, mogelijk later te bevestigen door een bisschop. Het resultaat was een berisping door kardinaal Simonis en zelfs kritiek vanuit de Orde der Dominicanen. Volgens Nieuwenhuis had dat laatste te maken met het feit dat de orde zich – onder druk van het Vaticaan – formeel wel moest distantiëren.
De ongenadige kritiek deerde hem niet, mede omdat de auteurs onwaarschijnlijk veel instemming kregen van over de hele wereld. De brochure werd in zeven talen vertaald en was op alle mogelijke internetsites te vinden. Volgens Nieuwenhuis ‘deed de brochure ondergronds haar werk’.

Jan Nieuwenhuis vond dat de wijze waarop de Dominicusgemeente zich heeft ontwikkeld, de manier van kerk-zijn van de toekomst is. Hij was er heilig van overtuigd dat ‘de kerk horizontaal hoort te zijn, met mensen die elkaar van dienst willen zijn. Dat wij dat als Dominicus met elkaar proberen te doen, met elkaar en met een enorme solidariteit, vind ik een wezenlijk iets van wat een kerk is. De piramideachtige kerk met één iemand aan het hoofd, is passé.’

Jan Nieuwenhuis - Dominicus Amsterdam

Foto: Jan Nieuwenhuis houdt in 2009 op de berg Nebo (Jodanië, op de ‘vlakte van Moab’) – waar Mozes volgens Deuteronomium 34 is gestorven – een overweging over Mozes’ dood: ‘aan de mond van God’, in een ‘goddelijke kus’.

Orde van Dienst: Kerstavond

Op Kerstavond zijn er in de Dominicus twee kerstdiensten. Juut Meijer houdt de toespraak, het koor staat onder leiding van Arjan van Baest. De diensten zijn live (en achteraf) te beluisteren via deze pagina: Luister.

Kerstmis 2017:   ‘Zal ooit de hemel de aarde raken?’

Voorafgaand aan de dienst branden de Adventskaarsen en zingen we een aantal kerstliederen. De Kerstliederen vind je hier (bestand opent in nieuw venster)

– Luiden van de bel

De aarde zal angstig en koud zijn, maar niet alleen ben je (t: Sieds Prins, m: Tom Löwenthal vrij naar Canta de la Sibilla)

– Welkom en gebed

 Nacht van droom en van verlangen (t: Jannet Delver, m: Tom Löwenthal)

(19.00u) Kerstspel door de kinderen…

– Lezing van enkele fragmenten uit de profetie van Jesaja

De wildernis zal bloeien (t: Martinus Nijhoff, m: Tom Löwenthal)

– Overweging door Juut Meijer

De wildernis zal bloeien (t: Martinus Nijhoff, m: Tom Löwenthal)

– Lezing van het geboorteverhaal volgens het evangelie van Lucas (allen staan)

Het woord (t: Jan Nieuwenhuis, m: Thom Jansen)

Intermezzo: (19.00) kinderen komen binnen en zingen Er is een kindeke
Collecte

– Viering van de tafel
tafelgebed: Hier woont God bij de mensen (t: naar Openbaring 21, Sieds Prins, m: Thom Jansen)– gezongen, gesproken
Delen van brood en wijn, een aantal kerstliederen wordt gezongen Angels Carol (John Rutter) en een aantal liederen van het inlegvel (zie bijlage hierboven)

– Voorbeden
afgewisseld met Uit zijn volheid (refrein uit Het woord)

– Zegen

Nu zijt wellekome

Op facebook zullen we een stukje van de late dienst (22:30) livestreamen. 

Open Huis zoekt coördinatoren

Wij hopen van u te horen: openhuisdominicus@gmail.com

Wilt u zich inzetten voor mensen die geen plek hebben om een veilige, warme Kerst te vieren? Vindt u het leuk daarin een leidende, coördinerende functie in aan te nemen die bovendien niet het hele jaar duurt maar maar een periode van 2 á 4 maanden? Dan bent u bij het Open Huis aan het goede adres! Met een enthousiast coördinatie-team van ongeveer 20 mensen wordt ieder jaar al vanaf oktober gestart met maandelijkse vergaderingen en beginnen de eersten al met de nodige voorbereidingen. Sommige coördinatiegebieden vergen veel voorbereiding, andere minder, maar uiteindelijk komt op Eerste Kerstdag alle energie er op een prachtig warme dag vol liefde en enthousiaste vrijwilligers én gasten tiendubbel dik uit!

Afgelopen jaar heeft een aantal mensen aangegeven te willen stoppen, maar wij streven ernaar voor iedere coördinatie tak minstens twee verantwoordelijken aan te stellen. Daarom zoeken wij op dit moment mensen bij de hieronder beschreven coördinatie onderdelen. Heeft u interesse in een van de beschreven functies of zou je meer informatie willen? Stuur dan een mail naar openhuisdominicus@gmail.com. Wij hopen van u te horen!

Centrale Coördinatie

De Centrale Coördinatie is eindverantwoordelijk voor het evenement. Communicatie is in deze functie het sleutelwoord. In de eerste maanden is die communicatie voornamelijk gericht op de rest van de coördinatoren, de koster en een aantal partijen buiten de Kerk; maar naar mate Eerste Kerstdag nadert, wordt er ook steeds meer gesproken en heen en weer gemaild met de 200 vrijwilligers die zich voor het Open Huis inzetten. Bovendien is het zaak genoeg vrijwilligers te ronselen. Dit doet de Centrale Coördinatie door middel van stukken in de Dominicuskrant, interviews met de MUG, oproepen op Facebook, de website, de Orde van Dienst: noem het maar op. Later in het proces is het indelen van vrijwilligers een belangrijk onderdeel die tot de takenlijst behoort. Tijdens het Open Huis zelf verwelkomt de Centrale Coördinatie de vrijwilligers en geeft het de grote lijnen van het evenement aan. Ook ben je tijdens het evenement als Centraal Coördinator het aanspreekpunt voor iedereen die dat nodig heeft – zoals je dat gedurende het hele proces bent. Het is een taak met ontzettend veel kanten, waarbij je schrijft, veel mensen spreekt en helpt maar ook verwonderd kan worden door prachtige initiatieven die mensen hebben. Bovendien werk je samen in een ontzettend hecht team, én je zet een geweldig mooi evenement neer waar velen de magie nog dagen van kunnen voelen!

Koffie

Wat zou het Open Huis zijn zonder koffie? Niets. Naast het feit dat veel gasten zich heerlijk opwarmen aan een stomend kopje van het een of ander, is de geur van koffie in de Kerk voor sommige vrijwilligers een grote drijfveer om drie dagen lang enthousiast mee te blijven draaien. Daarom zorgt coördinatie Koffie ervoor dat de koffie en thee voorraad voldoende strekkend is en  dat de vrijwilligers weten wat ze moeten doen als ze in de koffiehoek staan.

Keuken

Door coördinatieteam Keuken is het Open Huis ieder jaar weer verzekerd van een geweldig diner voor wel 700 mensen. Om dit te bewerkstelligen wordt er contact onderhouden met de cateraar voor het hoofdgerecht, wordt er geregeld dat een groep mensen van tevoren het toetje maakt en wordt op Eerste Kerstdag zelf een grote groep vrijwilligers begeleid bij het bereiden van het voorgerecht. Tijdens Open Huis 2018 draaien de twee heren van het Keukent coördinatie team nog mee, maar zij willen al graag mensen inwerken om komend jaar hun taken over te nemen.

Amusement

De coördinatie van het amusement gaat al vroeg van start. Er wordt vaak al vanaf september contact gezocht met muzikanten, clowns, dansers, etc. om te polsen of zij bereid zouden zijn op Eerste Kerstdag op te treden. Na al het netwerken, mailen en bellen is er dan tegen Kerst een gevarieerd, dagvullend programma in elkaar gezet en rest enkel het ontvangen van de artiesten en de samenwerking met de geluidsman. Het is een geweldige kans je communicatieve vaardigheden te laten gelden en de gasten van het Open Huis te verbluffen met een spectaculair cultureel programma!

 

 

De Dominicusgemeente zoekt een pastor/liturg voor 15 á 20 uur per week

Profielschets

De Dominicus is een bloeiende, zelfstandige, oecumenische gemeente in het centrum van Amsterdam. Bezoekers uit de stad en wijde omgeving komen ‘s zondags samen om de viering bij te wonen en elkaar te ontmoeten. In de liturgie spelen muziek en zang een belangrijke rol. Ontwikkeling en vernieuwing zijn kenmerkend voor de kritische, gemêleerde en actieve gemeente. Door de week zijn er gevarieerde activiteiten ter verdieping. Het pastoraal team van de Dominicus bestaat uit twee pastores. Zij zijn lid van het liturgisch team, waarin nog meer theologen zitten. De gemeente heeft de beschikking over een monumentaal, historisch kerkgebouw (Cuypers).

Functie-inhoud

Pastoraat en gemeenteopbouw (ca. twee-derde van de tijd)
Individueel pastoraat
Verbinden en coördineren in de gemeente
Behartigen van opbouw en koers van de gemeente als geheel, waarbij al naar gelang eigen interesse en ervaring te denken is aan:
Theologische onderbouwing, leerhuis/exegese/geloofsontwikkeling
Beleid kinderen/jongeren en hun ouders en toerusten van vrijwilligers
Ouderenpastoraat
Diaconaat/externe contacten (kerkelijk, maatschappelijk en interreligieus)

Liturgie (ca. een-derde van de tijd)
Als lid van het Liturgisch team mee verantwoordelijkheid dragen voor de inhoud van de liturgie
Voorgaan en preken in vieringen, voortbouwen aan vernieuwing
Bijzondere vieringen als relatievieringen en afscheid

Functie-vereisten
Competenties
– respectvol, benaderbaar, communicatief en betrouwbaar in woord en gebaar
– een geloofs- en levenshouding die aansluit bij het gedachtegoed van de Dominicus
– bruggen bouwen en samenwerken met vrijwilligers en professionals

Opleiding en ervaring
–  Afgeronde opleiding theologie
- Ervaring in het pastoraat strekt tot aanbeveling (begeleiding, nascholing beschikbaar)

Arbeidsvoorwaarden

–  De Dominicus past de Arbeidsvoorwaardenregeling Protestantse Kerk in Nederland toe.
–  15 á 20 uur per week
–  Nascholings- en studieverlofregeling
–  Werktijden en vakanties afstemmen met collega
–  Aanwezigheid minimaal twee keer per maand in de vieringen
–  Woonachtig in Amsterdam of omgeving of bereid zijn daar te komen wonen

Verdere informatie
– www.dominicusamsterdam.nl
– bij Juut Meijer, pastor en lid van het Liturgisch Team, telefoon: 020-755 00 45

Uw sollicitatiebrief met cv en referenties zien wij graag voor 22 oktober aanstaande tegemoet en kunt u richten aan onze personeelsfunctionaris, de heer P. Kruyswijk, pnkruyswijk@gmail.com

Een assessment kan desgewenst deel uitmaken van de procedure.

Kinderdienst2015w

Het menselijk lichaam: een serie diensten in oktober en november

In de maanden oktober en november is er in de Dominicus een serie diensten, waarin het menselijk lichaam het centrale thema zal zijn.

We proberen stil te staan bij de manier waarop verschillende delen van ons lichaam dienstbaar zijn bij de verwezenlijking van een menselijk, liefdevol, op God gericht bestaan. Omgekeerd verkennen we ook hoe ons lichaam vindplaats van God kan zijn.

Zondag 1 oktober – Zuurstof voor het hart. Overweging: Judith van der Wel

Zondag 8 oktober – Het Aangezicht. Overweging: Claartje Kruijff

Zondag 15 oktober – Kwetsbaar verlangen. Overweging: Judith van der Werf

Zondag 22 oktober – De rug. Overweging: Juut Meijer

Zondag 29 oktober – De handen. Overweging: Henk Hillenaar.
In deze dienst gedenken wij onze doden.

Zondag 5 november – Als je haar maar goed zit. Overweging: Wilna Wierenga.

Zondag 12 november – Edele schaamdelen. Overweging: Arjan Broers.

Zondag 19 november – Een avontuur. Een dienst die een verrassing wordt. Overweging: Rikko Voorberg.

Iedere zondag om 11 uur is er een viering met koor, piano én orgel, wisselende sprekers, kindernevendienst en crèche, brood en wijn en, na afloop, koffie en thee. De vieringen in de Dominicus zijn oecumenisch, maatschappijbetrokken en mensgericht. De vieringen duren iets meer dan een uur. Je bent altijd welkom.

In de agenda vind je meer informatie over de diensten.

 

Brief van Jan Nieuwenhuis

Lieve mensen van de Dominicus.

Zoals jullie weten, ben ik eind juli op mijn kamer in Vivaldi gevallen. Gelukkig was er niets gebroken, maar met name mijn linkerbeen was hevig gekneusd. De huisarts vond het toen beter, dat ik naar een zorginstelling zou gaan. Eerst werd dat een zorginstelling in Diemen, maar toen ook deze minder geschikt bleek, bleek in kamer met verzorging mogelijk te zijn in Vita Nova in Berg en Dal. Dit is een groot en nieuw klooster voor de oudere Jezuieten met alle nodige verzorging, waar ook Dominicanen welkom zijn. Er zaten al een paar medebroeders, en er bleek een kamer voor mij beschikbaar te zijn.Dus daar ben ik naar verhuisd,en ik woon hier nu een paar weken. De verzorging hier is perfect, en ik begin nu aan mijn nieuwe leven te wennen.

Ik heb inmiddels zeer veel brieven met goede wensen en lieve woorden uit de Dominicus ontvangen. Ik kan deze onmogelijk stuk voor stuk beantwoorden; ik wil en moet dit doen via deze algemene brief aan jullie allen met zeer vaal dank en beste wensen.

Op het ogenblik ben ik een stuk beter dan een paar weken geleden. Ook de dokter weet niet precies wat er aan de hand is geweest. Maar nu voel ik mij veel beter dan toen. Ik heb weer trek om te eten en begin aan alles hier te wennen. Het is wel een enorme verandering met Amsterdam, lopen is nog onmogelijk, maar wie weet?

Als iemand lust heeft om hier eens langs te komen, ben je altijd zeer welkom. maar meld even van tevoren, wat het plan is. Het adres is: Aqua Viva, Heyendaalseweg 290, 6525 SM Nijmegen, kamer 294 N, telefoon 024-3529052.

Nogmaals dank ik jullie allen meer dan ik zeggen of schrijven kan. Het ga jullie zeer goed, en wie weet…? Zien we elkaar nog een keer.

Het ga jullie allen zeer goed, en het aller beste!

Jan Nieuwenhuis

Jan Nieuwenhuis in Vita Nova in Berg en Dal. Foto: Henny van Huystee.

Jan Nieuwenhuis in Vita Nova in Berg en Dal. Foto: Henny van Huystee.

 

 

Familieweekend: ga je mee?

FAMILIE WEEKEND

Op het jaarlijkse familieweekend, waar de kinderen van de Dominicus (0- circa 13 jaar) en hun (groot)ouders elkaar eens wat uitgebreider kunnen ontmoeten, ben je van harte welkom. Kom ook mee speurtochten, cupcakes bakken, verstoppertje, weerwolven, paprika’s snijden, afwassen en elkaar (beter) leren kennen!

Zaterdag 30 september 14u tot zondag 1 okt 14 u in Nivonhuis Lage Vuursche. Aanmelden graag z.s.m. bij Bert Stronks: bjstronks21@gmail.com Ook beschikbaar voor overleg is Annigje Bos: bosannigje@gmail.com

Palmpasen – kleurrijke terugblik

Palmpasen in de Dominicus met palmtakken, een optocht, een overweging van Claartje Kruijff, brood en wijn, zang, zegen en gebed. En meer. Voor kinderen en grotere kinderen met als thema ‘het geknakte riet laat zich niet afbreken’.

Palmpasen Collage-2

Jezus rijdt op een ezel Jerusalem binnen terwijl hij weet dat het niet goed met hem zal aflopen. Hij heeft de strijd al verloren maar hij voert een andere strijd. Hij strijdt anders. Met wapens die nog veel krachtiger zijn. Claartje Kruijff vertelde in haar overweging over haar grootmoeder en haar leven in het Jappenkamp. Enkele fragmenten:

De vrouwen waren net als riet in een storm; ze bogen mee en als de storm weer even voorbij was stonden ze weer recht op. Ze waren gevangen, vel over been en leefden in benauwde en onmenselijke omstandigheden. Ze werden beschimpt en getreiterd. Maar ze lieten zich niet tot op het bot afbreken. Ze bleven op beide benen staan. Riet laat zich niet gemakkelijk afbreken. Een rietstengel staat bovendien niet alleen.
De verhalen van deze vrouwen ontroeren en inspireren mij. En nu wil ik kampverhalen als deze bepaald niet romantiseren – want er waren er genoeg die het niet redden, die stierven of bezweken – die boven hun krachten beproefd werden of getraumatiseerd raakten.
Maar toch lees ik door de verhalen uit het kamp heen hoe de vrouwen steeds een niveau vonden waarop ze de strijd wel konden aangaan, hoe ze hun vrijheid bevochten. Te midden van dood en gevangenschap hielden ze vast aan het leven. Ze verstonden de kunst om in onmenselijke omstandigheden mens te blijven.

En in haar bijbeltje, haar bron in bange dagen, kon ze lezen over het geknakte riet dat niet afgebroken wordt. En over Jezus die op een ezel Jeruzalem binnenkwam. Niet hoog te paard en oppermachtig. Maar medemenselijk en solidair – in wie de mensen koninklijke ruimte ervoeren. Voor wie de mensen hun mantel wilden uitdoen, als voor een koning. De mensen konden het misschien niet in woorden uitleggen maar ze wisten: Deze mens staat dicht bij wat wij aan een God ervaren. En dichtbij een koninkrijk. Een koninkrijk waarin er gestreden wordt met wapens van solidariteit en zachtmoedigheid. Waarin leven wordt veroverd op de dood. Leven dat kwetsbaar en weerloos is, soms tot op het bot ontkleed en ontwapend- maar misschien juist daar- om niet gemakkelijk kapot te krijgen. Een koninkrijk waarin het geknakte riet niet afgebroken wordt; waarin het geknakte riet zich niet laat afbreken. 

De gehele overweging van Claartje Kruijff lees je hier.

Palmpasen collage

De kinderen maakten allemaal 2 Palmpasenstokken: Eentje voor zichzelf en eentje voor iemand anders, die wel een opsteker kon gebruiken. Ze versierden de Palmpasenstokken, liepen in optocht – zingend – door de kerk en deelden Palmstokken uit.

De foto’s zijn van Ans Pieper en Henrike Laning, waarvoor veel dank.

Dienstenserie in de Veertigdagentijd – Strijd

Zondagochtenden in de Dominicus in de Veertigdagentijd met overwegingen van Juut Meijer, Annewieke Vroom, Henk Hillenaar, Arjan Broers, Bruno Nagel, Mounir Samuel, Claartje Kruijff, André Wesche en Germain Creyghton. Weet je van harte welkom om samen stil te zijn, te zingen, te luisteren, te bidden, brood en wijn te delen en – na afloop van de dienst – koffie, thee of chocomel te drinken. De diensten beginnen op zondagochtend om 11 uur.

Bij ‘strijd’ denken we spontaan aan oorlog en aan geweld. Maar ‘strijd’ is ook meer, het hoort in feite bij ieders bestaan: zowel om het leven te beschermen tegen alles wat het kan aantasten in zijn heelheid, veiligheid, voortbestaan, als om nieuw bestaan te scheppen, nieuw leven dat veroverd moet worden op de chaos.

De Bijbel en veel andere religieuze literatuur zien en bezingen het leven vaak als een strijd tussen licht en donker, goed en kwaad, dood en leven. Het Christendom viert het Paasgebeuren als de overwinning van het leven op de dood. Alle strijd zou voor ons, Christenen, voortaan in het licht van Pasen moeten staan. Daarover willen we deze Veertigdagentijd nadenken.

De geschiedenis van de strijd verhaalt niet alleen de uitschakeling van het kwaad in de wereld maar vooral ook het ontstaan van orde, eensgezindheid, gerechtigheid. Het idee ‘strijd’ krijgt daarbij een andere betekenis: naast oorlog en uiterlijke strijd is steeds meer sprake van politieke en sociale conflicten en van de innerlijke strijd die ieder met zichzelf voert. ‘Strijd’ kan vaak ook ‘hogere’ vormen aannemen:  tot prestaties leiden in sport,  kunst en wetenschap, een ontwikkeling die we alleen maar kunnen toejuichen.

Het Christendom heeft nooit een uitbanning van alle strijd gepropageerd. Ook Jezus gaat conflicten niet uit de weg en spreekt zelfs van een ‘zwaard’ dat hij komt brengen (Math. 10, 34). Maar bij hem is strijd altijd strijd voor het goede waarbij liefde en vergeving voorop staan. Zij komen in de plaats van het eergevoel en het recht op wraak waarmee men veel strijd in verleden en – helaas – ook heden tracht te rechtvaardigen.

Het woord van Jezus op het kruis : ‘Vader, vergeef hun want ze weten niet wat ze doen’ betekent dat de geschiedenis van de strijd tegen het kwaad – de geschiedenis van de mensheid in feite – ons te boven gaat en dat we als Christenen vóór alle strijd menslievendheid en barmhartigheid moeten blijven verkondigen.

Woensdag 1 maart: Aswoensdag
Voorganger: Juut Meijer

Zondag 5 maart:
Overweging: Annewieke Vroom
De kinderen houden een sponsorloop,

Zondag 12 maart:
Overweging:  Henk Hillenaar
In deze dienst vindt ook het ritueel van de handenwassing plaats

Zondag 19 maart
Overweging: Arjan Broers
Met speciale uitvoering van Bachs cantate BWV 54, ‘Widerstehe doch der Sunde’ gezongen door David Cohen (altsolo); hij wordt begeleid door een een klein strijkorkest en klavecimbel, onder leiding van Arjan van Baest.

Zondag 26 maart
Overweging: Bruno Nagel

Zondag 2 april
Overweging: Mounir Samuel

Zondag 9 april – Palmzondag
Overweging: Claartje Kruijff

Goede week

Donderdag 13 april 20.00 uur Witte Donderdag
André Wesche

Vrijdag 14 april 20.00 uur Goede Vrijdag
Claartje Kruijff

Zaterdag 15 april 21.00 uur Paaszaterdag
Juut Meijer

Zondag 16 april 11.00 uur Pasen
voorganger: Germain Creyghton.

11103255_958993970807294_3333589781101984874_o