foto-links

raamdom-gr

Introductie Joods Leerhuis op 24 september

Altijd al nieuwsgierig naar wat dat Joods leerhuis inhoudt? Wat leer je daar, wat lees je daar en hoe gaat het er aan toe tijdens dat leerhuis? Welke bronnen worden gebruikt? Op deze introductiemiddag komen al die vragen aan bod en kan je kijken of het leerhuis iets voor je is. En er wordt verteld wat we komend seizoen gaan lezen en lernen met en van elkaar samen met onze leraar ds. Kees Schakel. Iedereen is welkom!

Dinsdagmiddag 24 september 13.30 tot 16.00 in de grote zaal van de pastorie.

Informatie: Anne-Marie Hauer: a_mhauer@hotmail.com  (020-6452595)

 

Nieuwe serie: Huis gezocht

Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwachtOpenbaring 2:21

 

 “Omdat we van onszelf geen huis zijn’’

– Rutger Kopland

Huis gezocht

Ieder mens zoekt een huis om in te wonen. Een dak boven het hoofd. Geborgenheid. Waar je je prettig voelt, welkom en beschermd.

Maar ook woorden die als een huis zijn, zoeken we. Die richting en houvast geven, waar je in en uit kunt gaan. In een wereld die bepaald niet altijd vanzelf een thuisgevoel met zich meebrengt.

Dichter Rutger Kopland bracht ergens een aantal gedichten bijeen onder de titel: ‘’Omdat we van onszelf geen huis zijn’’. Hij, die aan de ene kant afscheid nam van de waarheden van zijn jeugd, God en ook de kerk, bleef aan de andere kant steeds op zoek. Hoewel het paradijs op de manier van zijn jeugd niet langer bestond, en ook de superieure God niet – bleken de woorden uit zijn verleden in zijn dichterschap steeds iets te zijn om op terug te grijpen en ook een bron van verlangen te kunnen zijn. Alsof het heimwee naar wat ooit was, op zichzelf ook helpen kan. En oude woorden toch waardevol kunnen blijven als we betekenis willen blijven zoeken voor ons leven, voor wie we zijn en kunnen worden.

Ook in de Schrift is het huis niet altijd even stevig. Het kan op een rots worden gebouwd, maar ook op het zand. Ook in de verhalen van de Schrift wordt gevonden en verloren. Woorden kunnen staan als een huis, maar ze zijn ook aan verwering onderhevig.

Toch noemen wij een kerk een godshuis. Waar we gemeenschap proberen te zijn, ook al is die er buiten dikwijls niet en schudt die kerk ook op haar grondvesten. Kennelijk bouwen we huizen die ook weer kunnen schudden op hun grondvesten en vaak ook weer opnieuw moeten worden opgebouwd.

Aan het begin van een nieuw liturgisch jaar willen we een poging wagen en proberen stil te staan bij de vraag, hoe wij ons huis zoeken en vinden.

 

Zondag 1 september: In een woord wonen

In onze tijd waarin houvast veel gezocht wordt uiterlijke materie en verbeelding meer en meer plaatsmaakt voor wat meetbaar en waarneembaar is, groeien nog maar weinigen op met de grote verhalen. Ook de christelijke worden dikwijls niet meer herkend en raken zoek. Maar op deze eerste zondag van het nieuwe seizoen willen we toch starten met de vraag naar die verhalen. Kunnen zij voor ons nog een huis vormen? Zijn er verhalen waarin je wonen kunt?

In deze viering zijn er twee volwassenen die zullen worden gedoopt.

Lezing: Deuteronomium 6 en Mattheus 7:24 – 27

Overweging door Juut Meijer

 

Zondag 8 september: Thuis in de gemeenschap

‘Zijn er twee of drie bijeen in mijn naam, dan ben ik in hun midden.’ Thuis zijn betekent in het evangelie vooral thuis geven. Niet eerst bij jezelf of in jezelf verblijven, maar delen wat je hebt en zo gemeenschap vormen. Wat betekent dat nog concreet voor ons, in onze individualistische samenleving? Wat betekent het voor kerkgemeenschappen die steeds kleiner worden en steeds meer op zichzelf zijn aangewezen? We laten ons inspireren en bemoedigen door de gemeenterede in het evangelie van Mattheüs.

Lezing: Mattheüs 18:1-19

Overweging door Germain Creyghton

 

Zondag 15 september: Thuis op deze aarde

De branden in de Amazone, de hitte in eigen land van deze zomer: de wereld voelt in toenemende mate onherbergzaam. Nu biedt de christelijke traditie , op een andere manier, ruimte aan het idee dat deze wereld inderdaad niet ons thuis is: wij gelovigen zijn niet van deze wereld, we blijven vreemdeling, ons thuis is elders. Het is een sympathieke traditie, in de zin dat het kan voorkomen dat we zouden denken dat de aarde van ons is. Aan de andere kant: vraagt deze tijd van klimaatverandering niet ook juist omarming van de aarde als ons thuis? hoe kunnen we thuis zijn op een aarde die ook onherbergzaam is?

Lezing: Johannes 17:9-19

Overweging door Janneke Stegeman

 

Zondag 22 september: Huis voor jong en oud.

Dit huis vol mensen. Weet jij wie het zijn? Ik mag het hopen.

In ons huis is iedereen welkom. Jong en oud. Soms lijkt het of onze gemeente steeds ouder wordt En misschien is dat ook zo. Maar dan ineens na de vakanties duiken ineens de jonge gezinnen weer op en delen kinderen brood en wijn. Niet voor niets kennen wij een traditie waarin wij kinderen betrekken bij de viering. Centraal op het podium om de tafel heen en bij bijzondere vieringen. Ook de bijna twintigers duiken ineens op rondom hoogtijdagen en open huis. Vandaag is de twaalfjarigenviering. In deze dienst viert Dunya dat zij naar de middelbare school gaat. Zij koos voor het verhaal van Esther. Vanuit dat verhaal zullen wij vandaag ook aandacht besteden aan het thema van de vredesweek 2019: vrede verbindt over grenzen.

Lezing: Esther

Overweging door Alle van Steenis

 

Zondag 29 september: Thuis in je ware zelf

’Waar ben je echt thuis? Niet in je valse, maar in je ware zelf, leerde de Amerikaanse monnik Thomas Merton. Niet bij de duivel, maar bij God, leerde Franciscus van Assisi. Niet als afgeknipte wijnrank, maar als deel van de wijnstok, leerde Jezus Christus. Arjan Broers proeft de metaforen en overweegt waarom ze zo waar én zo moeilijk zijn.’

Lezing: Fioretti XXIX (over Franciscus van Assisi) en Johannes 15:1-12

Overweging door Arjan Broers

 

(afb. uit Caroline Waltman, PARADISEWILL.COM – de bijbel in 609 foto’s en 830 verzen)

Collecte via Givt

Sinds begin september 2019 kunt u via uw mobiele telefoon bijdragen aan de collectes (ook vanaf thuis !) Dat gaat via de app Givt.

De handleiding vindt u hier

Jan Nieuwenhuis: ‘De dood bestaat niet’

Dit interview van Karin Kasdorp met Jan Nieuwenhuis verscheen eerder in de Dominicuskrant, maandblad van de Dominicus Amsterdam.

Pax et Bonum staat er op het bordje dat naast de kapstok hangt. ‘Wees welkom in mijn kloostercel,’ begroet Jan me hartelijk als ik zijn flat binnenkom. Hij laat me zijn behuizing zien: twee ruime kamers, een open keuken, badkamer en een kleine serre met uitzicht op groen in Amsterdam Buitenveldert. Smetana’s Moldau staat op. Aan de wand hangen allemaal iconen. Van Johannes uiteraard.
Jan loopt achter zijn rollator naar de keuken en komt met koffie terug. Ondanks zijn heup hoeft hij geen hulp. Wel zal hij altijd met de rollator moeten blijven lopen. Jan (1924): ‘Psalm 90 zegt ‘Het leven van een mens is zeventig jaar, als hij sterk is tachtig. Het meeste is kommer en kwel.’ Ik zal dat gaan bestrijden.’
Een gesprek over zijn leven, ouderdom, en over tijd en dood, die niet bestaan.

Na de derde heupoperatie, die heel goed was verlopen, waren de chirurgen zeer tevreden. ‘Er is een foto van gemaakt na de operatie, en die vond ik zo mooi, ik had ‘m wel boven mijn bed willen hangen. Na een week mocht ik weer naar huis.’
Maar toen in juli jl. zijn heup uit de kom schoot toen hij in een auto stapte, was het weer volkomen mis. Jan: ‘Dit wens je niemand toe. Ik heb vreselijk veel pijn gehad. Ze moesten enorm trekken om die heup weer in de kom te krijgen, de spieren zijn helemaal ontregeld, bijna gescheurd. Het is heel pijnlijk. Maar er is niets aan te doen, behalve oefenen.’ Het kan nog maanden duren. Hij krijgt nu twee keer per week fysiotherapie en moet oefeningen doen, als hij zit of uitrust. Twee keer per dag komt de thuiszorg. ‘Er is nl. één ding wat je niet mag doen als je je heup gebroken hebt: je sokken aantrekken.’

‘Maar ik ben alles bij elkaar zeer gelukkig, hoor. Het ziet ernaar uit dat het eind van het jaar weer wat beter kan gaan.’ Vorige week (ik spreek hem in september 2012) heeft hij de dag herdacht dat hij zeventig jaar geleden de professie heeft gedaan om in de Orde van de Dominicanen aangenomen te worden. Zijn levensweg binnen de orde begon met het noviciaat, de proeftijd van een jaar. ‘Dat was het jaar waarin ik de grootst mogelijke lol van mijn leven heb gehad. Ik was de jongste van mijn klas van Ien jongens en we kregen allemaal een taak. Ik kreeg de wc’s te doen. Ik had geen idee.’

Na het noviciaat deed je de kleine gelofte, waarbij je je aan de orde bond, maar de orde niet aan jou. Toen ging hij naar Zwolle waar hij de driejarige opleiding Wijsbegeerte heeft gedaan. Jan is achteraf ontzettend dankbaar dat hij dat heeft mogen meemaken. Hij heeft er leren denken. ‘Want denken is heel moeilijk, dat hoef ik je niet te vertellen. De grote Griekse denkers, Aristoteles, Plato, vakken als logica en natuurfilosofie, we hebben het allemaal bestudeerd. Wat heeft dat met het priesterschap te maken? Je hele denken draait om dat soort begrippen: ruimte, logica. De meeste mensen denken dat ze logisch denken, maar doen dat helemaal niet. Wat is ruimte? Je neemt ruimte in. Tijd? Tijd bestaat niet. Wat wel bestaat is: duur. Maar dat is iets heel anders. Ik ga voort van iets naar iets. Maar tijd is een denkmaaksel. Ik denk dat ze gelijk hebben.’ Over ouderdom gesproken. ‘Ook het woordje oud is een denkmaaksel. Het duren gaat gewoon door. Oud ben je eigenlijk niet. Je duurt nogal.’ Hij lacht. ‘De duur hak je in stukken en dat ga je meten. Het gaat om de beleving, alles gaat door. Panta rhei, ja.’ Hij heeft psychisch niet het gevoel dat hij oud is. Wat hij wel beleeft is ‘dat die machine krakkemikkig wordt, het verslijt. Het voordeel is, dat als je wat verder mag komen met je duur, dat je bepaalde dingen ook echt zeker weet, vind ik.’


Wat is voor jou een zekerheid?

‘Dat de dood niet bestaat. Als je de verhalen van Jezus gaat lezen: daar komt het woordje dood niet in voor. Er zijn een aantal cruciale verhalen van Jezus waarin de dood voorkomt: het dochtertje van Jaïrus, de hofbeambte van Kafarnaüm, Lazarus. Het grote verhaal van Johannes: Ik hoef je natuurlijk niet te vertellen dat dat superieur is aan de andere!
Maar Jezus neemt het woordje dood nooit in zijn mond. Hij zegt tegen Jaïrus: ze slaapt. De hofbeambte van Kafarnaüm loopt het hele eind naar hem toe, maar Jezus blijft gewoon zitten. Ga maar naar huis, je knecht is beter. En Lazarus: Hoe Johannes daar over vertelt, vind ik adembenemend. Dat verhaal is grandioos. Drie dagen is Lazarus overleden. Maar Jezus zegt ook hier: hij slaapt. Hij weigert ze dood te noemen, als je die verhalen goed leest. De realiteit van wat wij dood noemen, weigert hij te accepteren. Ook in zijn eigen einde komt het niet voor. Jezus geeft zijn leven, deelt het uit. Die denkwereld is door de Grieken verwoord: de dood bestaat niet.’

Dus als je mij vraagt: er zal een dag aanbreken, dat dit lijf zegt: daag… Ik zou zeggen: drink allemaal een lekker glaasje…, maar ik ben niet dood. Een mens is veel meer dan die machine, dan dit.’ Wrijft over zijn benen. ‘Dus: oud worden vind ik geen pijnlijke zaak. Ik wou wel dat ik bij de Hema een nieuw been kon kopen, het liefst met een ritssluiting. Naarmate je verder komt in je duur, word je geconfronteerd met het idee dat de machine eens een keer op gaat houden.
Ik hoop oprecht dat wanneer het echt komt, heel veel mensen in de Dominicus feest gaan vieren en misschien doe ik dan ook wel een beetje mee. Ik geloof ook niet dat ik er bang voor ben. Zou niet weten waar ik bang voor zou moeten zijn. Ik heb ook geen wensen wat er moet gebeuren als ik in die kist zit. De mensen die komen, moeten iets, vieren of…. Ze moeten het niet over mij hebben, tenzij het voor hen zelf is, iets willen vormgeven aan waar ze zelf behoefte aan hebben.’

Jan zou het voor de Dominicus een goed idee vinden als er een serie zou komen over de verhalen van Jezus en de dood. De veertigdagentijd zou zich daar goed voor lenen. Al die verhalen achter elkaar gelezen valt op dat Jezus het woordje dood niet in de mond neemt. ‘Er is alleen een overblijfsel. Je zou een schitterende serie kunnen maken over verhalen uit de schrift over de dood. Job, Elia, Jaïrus… We zijn ook een gemeenschap waar de ouderdom toeneemt. Ik denk dat mensen daar enorme behoefte aan hebben, want we zitten er allemaal mee. Het zijn allemaal verhalen die prachtig zijn. Als ze daar nu eens in duiken, om dat te achterhalen. Het is verschrikkelijk belangrijk.’

Hij maakt zich er een beetje zorgen over dat er wat te weinig theologisch wordt gepreekt. ‘Ik vind dat het team nu gevaar loopt daar een beetje los van te raken. De huidige trend gaat te veel uit naar wat mensen willen. Ik vind het nu te makkelijk. Je hoort tegenwoordig wel ‘ik neem de bijbel op de koop toe’, maar waar kom je dan eigenlijk voor? Dat is niet alleen mijn uitgangspunt, maar ook het visioen. Het is belangrijk de diepte in te gaan. Door leerhuizen te geven, meer bijbels te preken. Ik bedoel dit niet als verwijt, maar het team draait daar een beetje omheen. Maar ik wil ze niet afvallen. Ik zou het enorm toejuichen om in de verhalen over Jezus en de dood te duiken. Ik kom toch om iets te horen waar ik mee verder kan en dat kan niet anders dan dat je terugkomt bij het verhaal. Het is een groot verhaal. De visie van de evangelisten: dat dood geen dood is. Ik houd niet op. De fantasie van hoe dan, vind ik reuze interessant.’

Hoe kijk je dan aan tegen het ‘hiernamaals’?
‘Hiernamaals is een verkeerd woord. Schillebeeckx zei: het is het hiernumaals. Dat we dit nu beleven: Ik ben het die nu hier zit te leuteren, en dat wordt ergens opgeslagen in dat ding (die computer) van jou. Wat we nu samen bespreken, wordt ergens geconsolideerd, dat is leven. Dat ik nu besta, dat ik ben. Dat ik morgen leef, betekent ook dat ik ben.
De schrift drukt dat uit in het prachtige beeld van de eeuwigheid, die is al bezig en blijft maar bezig. Het meeste van die mens, dat zweeft nu naar jou toe, en krijg ik van je terug. Mijn vader en moeder zijn nu nabijer dan toen, ik ken ze nu beter. Ik heb boeken geschreven en een Dominicus mede mogen vormgeven: maar ik laat het niet na, het is er nu. Dat ik daar iets in heb mogen bijdragen, dat kan ik niet navertellen, dat stemt je tot dankbaarheid.’

Is reïncarnatie een mogelijkheid voor jou?
‘Persoonlijk geloof ik er niet in. Als ik nadenk over wat mijn vader en moeder voor mij hebben verwezenlijkt: Goed zijn en niet goed zijn, leren spreken, schrijven,
iedere letter die ik schrijf heb ik geleerd. Ik ben een optelsom van wat alle mogelijke mensen in mij hebben gestopt. Ik had geen letter kunnen schrijven zonder anderen.’

Hoe zie je dan jouw originaliteit?
‘Ik ben een optelsom van wat zij aan mij gedaan hebben. Het nieuwe is: dat wat er in mij zit. Alle mensen duren voort in wat ik daarin heb mogen doen. Dat is mijn leven. Voortleven in anderen: dat doe ik al. Ze zijn nu bezig met de vierde druk van Johannes… Als je wat langer mag duren, krijg je wel de neiging en de wetenschap: ik laat een hoop over. Ze zien maar wat ze ermee doen.’

Klopt het als ik je een dankbaar mens noem?
‘Ik heb een verrukkelijk leven gehad. Ik ben, de hemel zij geprezen, behoed voor allerlei conflicten met mijn vader en moeder; bijvoorbeeld de opleiding die ik gehad heb, daar kan ik niet dankbaar genoeg voor zijn. Ook mijn bestaan als Dominicaan, gedropt in de Spuistraat, dat ik er bij betrokken ben geraakt, daar ben ik ongelooflijk dankbaar voor. Niemand die wist wat we moesten doen, dat er toch iets gebeurt. Er zijn mensen die zeggen: Jij hebt toch de Dominicus gesticht. Dat is waanzin. Wij hadden visioenen, maar ik wist absoluut niet, Wim Tepe ook niet, hoe en wat we moesten doen.’

Jan vindt dat de wijze waarop de Dominicus kerk aan het worden is nog steeds intenser wordt. Hij is er heilig van overtuigd dat dit de manier van de kerk van de toekomst is. ‘De kerk hoort horizontaal te zijn, met mensen die elkaar van dienst willen zijn. Dat wij dat als Dominicus proberen te doen, met elkaar met een enorme solidariteit vind ik een wezenlijk iets van wat een kerk is. In mijn hele periode dat ik kaduuk was heb ik zo ontzettend veel steun en lieve woorden te horen gekregen. Die saamhorigheid en solidariteit is iets wat de officiële kerk helemaal mist.
Ik vind dat wij, zonder dat we het wisten, op de goede weg zijn gekomen. Dat moeten we vooral doorzetten. Ik denk dat dat de kerk van de toekomst is. Je ziet overal verschijningsvormen, het is overal bezig! Kijk naar de Salvator in Den Bosch, mensen zeggen dáág.
De kerk van Petrus, de piramide, is vermolmd, er is niets meer van heel. Petrus heeft alijd de tweede plaats, hij snapt niks, weet niks. De piramideachtige kerk met één iemand aan het hoofd, is passé. Het is gemodelleerd op het Romeinse keizerrijk, dat allemaal gestoeld is op macht. Daarom heeft de oosterse kerk zich daar ook vanaf gewend.’

‘Dat ik daar een stapje in mee mag maken: dat de wereld goed wordt…. Die droom moeten we vooral hoog houden. Johannes heeft het ook over dromen. En Desmond Tutu, die dat tegen die studenten zei: dream! Een geweldige man. Ik heb spijt dat de beleidsraad niet heeft gevraagd dat hij bij ons kwam preken… Hij hield die idealen hoog: daar gaat de hele boodschap van de bijbel over. Er is een overkant, en die zee, je kunt er niet alleen doorhéén, je kunt er zelfs op lópen. Het heeft niets te maken met wonderen. Ook niet dat Jezus over het water loopt. Het gaat niet over water, nee. De zee is een analogie van de tegenkrachten, maar het volk komt er doorheen. Als Johannes zijn definitieve visioen schrijft in Openbaring 20 zegt hij dan ook: de zee was niet meer.
Nou, dan hebben we toch even de hele theologie doorgenomen… Je kunt het in één woord zeggen hoor, waar het over gaat: dat het anders kan, dromen. Wie zei het ook alweer? Yes we can, o ja, Obama.’

Heb jij op jouw leeftijd nog een droom of ideaal…?
‘Nee, een ideaal niet. Wel een lijfspreuk van Frans van Waesberghe: Fons, (dat was mijn kloosternaam) je doet wat je kunt. Niet zeggen hoe het moet, maar zeggen: doorzetten. Zelfs over die heup: we komen over het water heen naar de overkant. Een groot leider, Frans van Waesberghe: Die heeft ons in leven gehouden. Kun je het je voorstellen? De ontslagbrief (van Tepe en hem) lag al klaar bij de bisschop, hè!’
‘Het is toch een beetje een terugblik, als je lang mag duren. Je hebt een aantal ontdekkingen gedaan in het leven, dat is iets om te koesteren. De hele neergang van de katholieke kerk, in de vijftiger jaren, dat heb ik aan den lijve mogen meemaken. Mijn geloof in de paus en de roomse kerk raakte aan het wankelen een paar jaar nadat ik weer terug was uit Rome, waar ik ook op privé-audiëntie bij Pius XII was geweest. In de krant las ik dat hij dodelijk ziek was geweest, maar vertelde dat hij een visioen had gehad van Christus in de Vaticaanse tuinen.’

Jan wijst naar zijn hoofd; ‘toen dacht ik voor het eerst: dit kan niet, en toen raakt het hele gebouw voor mij aan het wankelen. Ik ben min of meer toevallig bij Johannes terechtgekomen. In de jaren zeventig hebben we een serie over de synoptici gedaan; het team zei: dat moeten we niet doen, dat is veel te moeilijk. Van Han Renckens S.J. hebben we destijds een herscholing gehad. Toen zijn mij de schellen van de ogen gevallen, en heb ik alles gelezen wat er over Johannes maar te vinden was. Ik ben nu niet alleen maar een adept, maar hopelijk ook een leerling van hem.
Als we elkaar ooit eens zouden mogen zien, dan zou ik naar hem toestappen en vragen ‘hoe heb jij dit geflikt.’ De meeste iconen die hier hangen komen uit Patmos. Ik ben diverse malen bij zijn graf geweest. Historisch is het vrijwel zeker dat hij daar ligt. Van Petrus is niets zeker, of hij onder de Sint Pieter ligt.’

In november vieren we Allerzielen. Hoe kijk jij terug op de mensen die het afgelopen jaar de Dominicus ontvielen?
‘Ze bestaan niet meer op een zintuiglijke manier, maar ze zijn wel op een veel belangrijker manier waarneembaar. Niet alleen herinnerbaar, ze werken nog steeds door in wat ze hebben nagelaten. Ik ben een optelsom van wat honderden mensen aan mij hebben gedaan. Dat woord leven: dat is niet iets biologisch. Leven gaat voortdurend buiten mijn vel uit, daar bestaat je hele bestaan uit. Veel meer dan een vel waar iemand in zit. Ik vind het een moedige daad van die Grieken dat ze dat hebben gezegd: Tijd en dood bestaan niet.’

Wat bestaat er? Ik Ben?
‘Daarom is het een godsnaam: Ik Ben.’

Zou je nog iets willen?
‘O, ik heb mijn wil aan god gegeven, dat weet je.’

In memoriam Jan Nieuwenhuis (o.p.)

Jan Nieuwenhuis, foto Arjan Broers

Jan Nieuwenhuis, foto Arjan Broers

Zelf geloofde hij niet in de dood. “Een mens is veel meer dan een machine, een lichaam. Ook in Jezus’ eigen einde komt het niet voor. Hij geeft zijn leven, deelt het uit. Die denkwereld is door de Grieken verwoord: de dood bestaat niet.(…) Ik hoop oprecht dat wanneer het echt komt, heel veel mensen in de Dominicus feest gaan vieren en misschien doe ik dan ook wel een beetje mee. Ik geloof ook niet dat ik er bang voor ben. Zou niet weten waar ik bang voor zou moeten zijn.”

In de Dominicusgemeente in Amsterdam is (desalniettemin) verslagen gereageerd op het overlijden van haar pater familias Jan Nieuwenhuis, ere-voorganger en oud-lid van het Liturgisch Team. Jan Nieuwenhuis overleed in de vroege ochtend van 24 augustus in Nijmegen. Hij was priester, pastor, auteur en een van de grondleggers van de oecumenische gemeente. Hij schreef een dissertatie, boeken, preken, gaf leerhuizen en bleef nog ver na zijn tachtigste jaar publiceren. Zijn visie op het priesterschap liep als een rode draad door zijn leven en werk en deed regelmatig veel stof opwaaien.

Jan Herman Maria Nieuwenhuis werd geboren in Amsterdam op 31 januari 1924. Toen hij 17 jaar was, trad hij in Huissen in de Orde van de Dominicanen in, waar hij precies een jaar later in september 1942 de professie aflegde. Tijdens de priesteropleiding van zeven jaar studeerde hij theologie en filosofie.
In 1948 werd hij tot priester gewijd. Door die wijding werd Jan Nieuwenhuis voor zijn omgeving een persoon die ver boven andere mensen verheven was. Destijds was dat vanzelfsprekend, maar hijzelf heeft het idee later ‘godzijdank helemaal verlaten.’ Als hij sprak over de priesterwijding vertelde hij vrijwel altijd het verhaal van zijn tante Annie, de jongste zus van zijn moeder, die als verpleegster hem mede ter wereld had geholpen. ‘Toen ik na de wijding de spreekkamer binnenkwam waar mijn familie zat en iedereen op de knieën zonk om de zegen te ontvangen, riep tante Annie uit: ‘Och god, mijn Jantje!’ Ik was ineens geen Jantje meer, maar tot een andere dimensie overgegaan.’

Na zijn lectoraatsexamen in 1949 zette Jan Nieuwenhuis zijn theologische studies voort aan het Angelicum in Rome. Twee jaar later promoveerde hij op de dissertatie ‘De Kunst van God.’ Teruggekomen uit Rome werd Nieuwenhuis benoemd tot redactiesecretaris van de Bazuin, een progressief katholiek tijdschrift waarin geschreven werd over moderne vormen van geloofsverkondiging. Zijn eigen opvattingen over het priesterschap waren toen al geruime tijd aan het wankelen. De redactie van de Bazuin liet zich inspireren door het Tweede Vaticaans Concilie van 1962-1965. Het tijdschrift had eveneens zijn zetel in Nijmegen.
In 1964 besloten provinciaal Frans van Waesberghe en het concilie dat Jan Nieuwenhuis samen met drie andere dominicanen naar de noodlijdende rooms-katholieke parochie in de Dominicuskerk in Amsterdam moest worden overgeplaatst. Onder leiding van studentenpastor Wim Tepe zetten ze voort wat gebruikelijk was, zoals dagelijks meerdere missen en het bidden van het rozenhoedje.
Het toeval wilde dat de Jezuïet Bernard Huijbers een onderkomen zocht voor zijn koor van jongens van het Ignatius College en meisjes van het Fons Vitae. Wim Tepe, wiens koor was vertrokken omdat het geen Nederlandse liederen wilde uitvoeren, bood Huijbers enthousiast onderdak aan. Met Huijbers kwamen ook de liederen en liturgische vernieuwingen van Huub Oosterhuis de kerk binnen. Al snel werden liturgische gebruiken overboord gezet en nieuwe elementen geïmporteerd. De invoering van ‘meer bijbel’ en minder devotie is achteraf een enorm richtinggevend besluit geweest.
Zo ontstond op organische wijze een opmerkelijk samenwerkingsverband tussen dominicanen en jezuïeten dat veel mensen aantrok.

Als het om de groei en ontwikkeling van de Dominicusgemeente ging, benadrukte Jan Nieuwenhuis altijd dat ze ‘door een hemelse helikopter waren gedropt’ en ‘het allemaal als vanzelf is gegaan’. Besluiten werden democratisch genomen, zoals het voorgaan van vrouwelijke pastores en delen van brood en wijn aan en door alle bezoekers, homo of hetero, rooms-katholiek, protestant of buitenkerkelijk. ‘Het wezen van de eucharistie is dat je jezelf breekt, deelt, uitgeeft, prijsgeeft,’ zei Nieuwenhuis daarover.
Dat kinderen er nog steeds een belangrijke plaats hebben, kan op Nieuwenhuis’ conto worden geschreven. Jarenlang hield hij zich bezig met geloofsoverdracht aan ‘kleine gelovigen’ en voerde hij gesprekken met priesters, ouders en onderwijzers.
In de beginjaren van de huidige Dominicusgemeente werkte hij bij het Bureau Algemene Jeugdzielzorg in Arnhem. In die tijd publiceerde hij het boek Volgend jaar misschien. Geloven tussen twaalf en zeventien jaar. In de jaren zeventig en tachtig verschenen Terwijl de boer slaapt en Twee geloven in een huis over geloofsopvoeding respectievelijk ‘het geloof van de tussengeneratie’. Jan Nieuwenhuis is nog jarenlang pastor voor jongeren op een middelbare school in Amstelveen geweest.

Gefascineerd als hij was door Johannes schreef hij diverse boeken over de apostel. In 2004 verscheen Johannes de Ziener en eerder publiceerde hij al een drieluik over de geschriften van zijn naamgenoot: zijn evangelie, brieven en openbaringen. Sinds Johannes en zijn visie hem hebben gegrepen zijn zij hem altijd blijven inspireren.
In 2007 publiceerde hij met drie medebroeders de brochure Kerk & Ambt over het tekort aan priesters en de lastige celibaatwetdiscussie. Kernstuk van de brochure was dat de gemeente zelf haar voorganger moest kunnen kiezen, mogelijk later te bevestigen door een bisschop. Het resultaat was een berisping door kardinaal Simonis en zelfs kritiek vanuit de Orde der Dominicanen. Volgens Nieuwenhuis had dat laatste te maken met het feit dat de orde zich – onder druk van het Vaticaan – formeel wel moest distantiëren.
De ongenadige kritiek deerde hem niet, mede omdat de auteurs onwaarschijnlijk veel instemming kregen van over de hele wereld. De brochure werd in zeven talen vertaald en was op alle mogelijke internetsites te vinden. Volgens Nieuwenhuis ‘deed de brochure ondergronds haar werk’.

Jan Nieuwenhuis vond dat de wijze waarop de Dominicusgemeente zich heeft ontwikkeld, de manier van kerk-zijn van de toekomst is. Hij was er heilig van overtuigd dat ‘de kerk horizontaal hoort te zijn, met mensen die elkaar van dienst willen zijn. Dat wij dat als Dominicus met elkaar proberen te doen, met elkaar en met een enorme solidariteit, vind ik een wezenlijk iets van wat een kerk is. De piramideachtige kerk met één iemand aan het hoofd, is passé.’

Jan Nieuwenhuis - Dominicus Amsterdam

Foto: Jan Nieuwenhuis houdt in 2009 op de berg Nebo (Jodanië, op de ‘vlakte van Moab’) – waar Mozes volgens Deuteronomium 34 is gestorven – een overweging over Mozes’ dood: ‘aan de mond van God’, in een ‘goddelijke kus’.

In Memoriam Jan Nieuwenhuis

Jan Nieuwenhuis

Jan Nieuwenhuis, foto: Arjan Broers

Jan Nieuwenhuis (1924-2019) – Geliefd Dominicaan

In de oudste lagen van mijn ziel,
waar hij van stenen is gemaakt,
bloeit als een gaaf ontkleurd fossiel,
de stenen bloem van uw gelaat.

Ik kan mij niet van U bevrijden,
er bloeit niets in mijn steen dan Gij,
de oude weelden zijn voorbij.
Maar niets kan mij meer van U scheiden.
– Vasalis

Een geliefd Dominicaan en medegrondlegger van onze gemeente is van ons heengegaan. Op de vroege ochtend van 24 augustus overleed Jan Nieuwenhuis op 95-jarige leeftijd.

Zaterdag 31 augustus nemen we in de Dominicus afscheid van Jan Nieuwenhuis. De afscheidsdienst begint om 11:00 uur. U kunt hier thuis meeluisteren.  De orde van dienst vindt u hier

De begrafenis is aansluitend in besloten kring.


Wat is voor jou een zekerheid?

‘Dat de dood niet bestaat. Als je de verhalen van Jezus gaat lezen: daar komt het woordje dood niet in voor. Er zijn een aantal cruciale verhalen van Jezus waarin de dood voorkomt: het dochtertje van Jaïrus, de hofbeambte van Kafarnaüm, Lazarus. Het grote verhaal van Johannes: Ik hoef je natuurlijk niet te vertellen dat dat superieur is aan de andere!
Maar Jezus neemt het woordje dood nooit in zijn mond. Hij zegt tegen Jaïrus: ze slaapt. De hofbeambte van Kafarnaüm loopt het hele eind naar hem toe, maar Jezus blijft gewoon zitten. Ga maar naar huis, je knecht is beter. En Lazarus: Hoe Johannes daar over vertelt, vind ik adembenemend. Dat verhaal is grandioos. Drie dagen is Lazarus overleden. Maar Jezus zegt ook hier: hij slaapt. Hij weigert ze dood te noemen, als je die verhalen goed leest. De realiteit van wat wij dood noemen, weigert hij te accepteren. Ook in zijn eigen einde komt het niet voor. Jezus geeft zijn leven, deelt het uit. Die denkwereld is door de Grieken verwoord: de dood bestaat niet.’
Dus als je mij vraagt: er zal een dag aanbreken, dat dit lijf zegt: daag… Ik zou zeggen: drink allemaal een lekker glaasje…, maar ik ben niet dood. Een mens is veel meer dan die machine, dan dit.’
– 
Karin Kasdorp in gesprek met Jan Nieuwenhuis.

Jan Nieuwenhuis - Dominicus Amsterdam

Foto: Jan Nieuwenhuis houdt in 2009 op de berg Nebo (Jordanië, op de ‘vlakte van Moab’) – waar Mozes volgens Deuteronomium 34 is gestorven – een overweging over Mozes’ dood: ‘aan de mond van God’, in een ‘goddelijke kus’.

Korenfestival ‘Halleluja Amsterdam’ – Raad van Kerken, 28 sept

‘Halleluja Amsterdam’ is het thema van het Korenfestival dat de Raad van Kerken Amsterdam zaterdag 28 september van 14.00 tot 16.30 uur organiseert in de Oude Lutherse Kerk aan het Spui in Amsterdam. Aan het festival nemen koren deel die afkomstig zijn uit kerken die bij de Raad aangesloten zijn. Vanuit hun culturele traditie brengen de koren liederen ten gehore die zij met het thema verbinden. Het is de tweede keer dat de Raad van Kerken Amsterdam, die dit jaar 50 jaar bestaat, een korenfestival organiseert en zo op een muzikale manier haar diversiteit viert.

De deelnemende koren zijn afkomstig uit de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk, de Evangelische Broedergemeente, de Koptisch-Orthodoxe Kerk, de Protestantse Keizersgrachtgemeente, de Rooms-Katholieke parochie de Krijtberg, Vrijburg (Remonstranten en Vrijzinnig Protestanten) en de Waalse Kerk. De bezoekers kunnen hun stem laten klinken tijdens de samenzang van ‘wereldse liederen met een spirituele inslag’ onder leiding van dirigente Rinske van der Meer. Het afwisselende programma biedt daarnaast volop ruimte voor ontmoeting met koorleden en bezoekers uit de vele kerken die in de Raad van Kerken Amsterdam vertegenwoordigd zijn. Belangstellenden kunnen in- en uitlopen. De toegang is gratis, een vrijwillige bijdrage wordt op prijs gesteld.

De Raad van Kerken Amsterdam is een samenwerkingsverband van 23 christelijke kerken en gemeenschappen in Amsterdam. De Raad wil bijdragen aan een goed samenleven in de stad. De Raad zet zich o.a. actief in voor vluchtelingen in de knel en draagt bij aan de interreligieuze dialoog en samenwerking. 23 oktober 2019 is het 50 jaar geleden dat de Raad van Kerken Amsterdam werd opgericht. Dit korenfestival staat mede in het teken daarvan.

Kijk voor meer informatie op www.rvkamsterdam.nl of neem contact op met de organisatie via raadvankerkenamsterdam@gmail.com.

Excursie Voedselbos “Kreilerwoud”

Het Klimaatplatform nodigt uit !

Zondagmiddag 1 september 2019 van 14.00 tot 16.30 uur

De laatste jaren worden er steeds meer voedselbossen aangeplant. Is dit een reactie op onze op monocultuur gebaseerde industriële landbouw; op de sterk afnemende kwaliteit van voedingsstoffen in ons voedsel; vanwege klimaatargumenten (het voedsel wat in onze supermarkten ligt wordt vanuit de hele wereld aangevoerd); of door de leegloop van het platteland en het verdwijnen van de sociale samenhang in dorpen en geïsoleerde gebieden?

Een voedselbos is een door mensen ontworpen en aangelegd bos om voedsel te produceren. Het gaat uit van een rijke bodemgesteldheid en een grote diversiteit. Het wordt aangelegd in diverse lagen, hoge en middelhoge bomen, struiken, planten, wortelgewassen onder de grond en kruip- en klimplanten. Zo herbergt een voedselbos een rijke schakering van planten die elkaar beïnvloeden en in evenwicht houden en is het een vitaal ecosysteem. “Afval” bestaat niet, alles wordt teruggegeven aan de aarde en zo ontstaat een rijke bodemgesteldheid. Een volwassen voedselbos, dit duurt tien tot twintig jaar, zou evenveel of meer voedsel kunnen produceren dan onze industriële landbouw, wordt gezegd.

Een nieuw en jong voedselbos is drie jaar geleden als ”Kreilerwoud” in Barsingerhorn aangelegd op een stuk weiland bij een voormalige boerderij. Jelle Fekkes, landschapsarchitect en ontwerper wil ons voor een excursie ontvangen en een lezing voor ons verzorgen. Wat maakt een bos tot een voedselbos? Wat was het motief voor de aanleg van het voedselbos en wanneer is het volgens u geslaagd? Hoe kan een voedselbos voedsel bestendig zijn en blijven in de toekomst?

We willen op zondagmiddag 1 september 2019 van 14.00 tot 16.30 uur een bezoek brengen aan dit voedselbos. Het is de bedoeling dat we op zondag na de viering in de Dominicus in auto’s vertrekken naar Barsingerhorn. Graag opgeven in verband met vervoer gredegroot1945@gmail.com. Wanneer je in het bezit bent van een auto en wilt rijden horen wij dat graag.

Een vergoeding voor ons bezoek wordt zeer op prijs gesteld en is op basis van ‘waardebepaling achteraf’, wat inhoudt dat iedereen kan geven wat hij of zij wil.

Je kunt je voorbereiden voor de excursie met het lezen van de volgende interessante boeken:

  • “Voedselbos, inspiratie voor ontwerp en beheer,” Madelon Oostwoud
  • “Wie de wereld nu echt voedt,” Vandana Shiva

 

 

 

 

 

Zomerdiensten

Het is een traditie om in juli en augustus de diensten wat anders in te richten dan in de rest van het jaar. Het accent ligt meer op de lezingen. De lezingen worden vergezeld van kort commentaar.

zondag 7 juli                DROMEN OVER GRENZEN HEEN

Veel mensen zoeken in de zomer de grens op. Een grens passeren geeft een vrij gevoel. Deze eerste zomerdienst gaat ook over grenzen: over dromen van wat er aan de andere kant is van de grenzen van je bestaan.
We lezen fragmenten van Murat Isik’s ‘Mijn moeders strijd’ en Fatima Mermissi ‘Het verboden dakterras’.
Commentaar: Juut Meijer

zondag 14 juli               DE DRUK VAN HET GELUK

In onze tijd hebben we het in vele opzichten beter dan ooit. Toch is er ook grote druk: nog nooit waren zoveel mensen burn-out, de wachtlijsten in de GGZ zijn lang. Zou de druk die we ervaren iets te maken kunnen hebben met onze obsessie met geluk?
Stadspredikant en stand-up theoloog Tim Vreugdenhil zoekt deze zondag met ons een christelijk medicijn tegen de druk van geluk.
Commentaar: Tim Vreugdenhil

zondag 21 juli               KUN JE MET MUZIEK EEN OORLOG WINNEN?

Muziek, althans de meeste muziek, heeft een grote kracht. Ze kan ons troosten, optillen en veranderen, het goede in ons naar boven halen, en ons dichter bij elkaar en bij God brengen. Maar kun je er ook een oorlog mee winnen?
Lezingen: Psalm 150, de Kreutzersonate van Leo Tolstoj en Het valse seizoen van Christiaan Weijts
Commentaar: Agnes Grond

zondag 28 juli               HET GILGAMESH EPOS

We lezen fragmenten uit het Gilgamesh epos: één van de vroegste literaire teksten van de mensheid, bijna 5000 jaar geleden in steen gebeiteld, in Mesopotamië, lang vóór de Bijbel, lang vóór de Ilias en de Odyssee.
We lezen er over vriendschap en heldendom, dood en sterfelijkheid en over een god die de mensheid wil verdelgen met een zondvloed. Niets nieuws onder de zon.
Commentaar: Henk Hillenaar

zondag 4 augustus       MUREN EN MOGELIJKHEDEN

Opeens staat er een onzichtbare glazen muur in het landschap. Daarachter komt het menselijk leven tot stilstand. Aan de andere kant probeert een vrouw te overleven. De Oostenrijkse Marlen Haushofer schreef in 1968 ‘Die Wand’: over betekenis en opdracht van te leven.
Commentaar: Mirjam Wolthuis

zondag 11 augustus      ANTWOORD OP HET CYNISME?

We lezen fragmenten uit ‘Archipel van de Hond’, een boek van Philippe Claudel. Hij beschrijft wat er gebeurt als er dode lichamen aanspoelen op het strand van een tropisch eiland. ‘Waarden als respect, wederzijdse hulp, broederschap, mededogen en empathie zijn we kwijt. De mens van nu moet volkomen vrij zijn om het beste uit zichzelf te halen. Maar zo werkt het niet. We hebben morele opvoeding nodig’, zegt hij in een interview. Om het cynisme tegen te gaan en niet weg te kijken.
Commentaar: Cor Ofman

zondag 18 augustus      ‘IK GA OP REIS EN IK NEEM MEE…’

In deze zomerdienst nemen we ‘de toerist’ onder de loep. Hij deed vorig jaar met nog zo’n 18 miljoen medereizigers deze stad aan, en in de nabije toekomst staan er nog veel meer mensen te popelen om hier op vakantie te komen. Is dit een bedreiging of een verrijking? Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer vindt in zijn boek ‘Grand Hotel Europa’ vooral het eerste en schrijft met giftige inkt over de verschillende types toeristen die hem in de weg lopen. Maar maatschappelijk uitvinder Elena Simons geeft er juist een positieve draai aan met haar alternatieve reisgids ‘The untourist guide to Amsterdam.’
Een bloemlezing over de mooie en minder mooie kanten van toerisme.
Commentaar: Geeske Hovingh

zondag 25 augustus      OSIP EN NADJEZJDA MANDELSTAM

In de nacht van dertien op veertien mei 1943 valt de Russische geheime dienst het appartement van Osip en Nadjezjda Mandelstam binnen. Aanleiding is een hekeldicht dat Osip op Stalin heeft geschreven en dat hij in beperkte kring heeft voorgelezen, niet wetende dat zich onder de toehoorders een collaborateur bevond. De nacht is een opmaat naar een van de moeilijkste perioden in het leven van het echtpaar, maar tegelijkertijd een van de productiefste voor de dichter; deze grote Russische poëet die zonder Nadjezejda in de vergetelheid zou zijn geraakt. Het verhaal van een leven, het verhaal van een liefde.
Commentaar: Colet van der Ven

Zomeropenstelling: Zin in de zomer

In de maanden juli en augustus is de Dominicus op zondagmiddag open voor publiek, van 12.30 tot 16.30 uur. Bezoekers kunnen even tot rust komen en een kaarsje branden. Op veel zondagen zijn er activiteiten: het labyrint, korte concerten, meezingen met het Popup Choir Amsterdam. Deze activiteiten worden op de website aangekondigd.